KIM
Ik stond onder druk van bedreigingen en mijn gevoel van schaamte was groot KIM

Blog #13 Tussen wal en schip: opvang en hulp voor slachtoffers mensenhandel met multiproblematiek

In oktober 2019 is de opvang voor slachtoffers mensenhandel met multiproblematiek (OMM) van start gegaan. Aanleiding hiervoor was o.a. het onderzoek dat CoMensha samen met Tilburg University verrichtte en aanbood aan het Ministerie van VWS. Uit dit onderzoek bleek dat er grote behoefte is aan speciale opvang- en behandelplekken voor slachtoffers mensenhandel met complexe problematiek, zoals psychische problemen, een verslaving, een lvb of een combinatie hiervan. Hieronder lees je een interview met onze collega Joyce. Zij is al twintig jaar werkzaam binnen de hulpverlening aan kwetsbare groepen, waarvan de laatste vier jaar binnen CoMensha. Bij ons houdt ze zich specifiek bezig met de OMM.

Wat is de OMM precies en wanneer kan een slachtoffer mensenhandel in deze opvang terecht? 

“De OMM is in het leven geroepen nadat wij al langere tijd merkten dat we heel veel tijd kwijt waren met het plaatsen van slachtoffers in de opvang. De Categorale Opvang voor Slachtoffers Mensenhandel (COSM) en andere opvangorganisaties merkten dit ook bij uitplaatsing. Er was een groep van slachtoffers mensenhandel die tussen wal en schip viel. Zij kregen niet wat ze nodig hadden door de combinatie en hoeveelheid van problemen. Het hulpaanbod van de reguliere voorzieningen was niet toereikend voor hun complexe hulpvraag. De opvanginstanties hanteerden contra-indicaties. In de praktijk betekent dit dat mensen met bijvoorbeeld verslavingsproblemen bij acute onveiligheid vaak niet opgenomen kunnen worden in de reguliere vrouwenopvang. Terwijl deze mensen extra kwetsbaar zijn om opnieuw slachtoffer te worden of om terug te vallen. Voor deze groep duurt het doorgaans langer om goede, passende hulp te vinden en op te starten.”

Wat is de rol van CoMensha binnen de OMM?

“Aanmelding voor een plekje in de OMM gaat via de helpdesk van CoMensha. Alleen de regionale zorgcoördinator voor slachtoffers mensenhandel kan een slachtoffer aanmelden. Hij of zij is lokaal de spin in het web, heeft zicht op wie betrokken is en wat er speelt. Er moet documentatie aangeleverd worden waarin je onderbouwt waarom iemand slachtoffer met multiproblematiek is en niet in de reguliere opvang terecht kan. Wat is de diagnostiek, of waarom komt het niet tot diagnostiek? Een uitgebreide onderbouwing is belangrijk. Eerst kijken en denken we mee: wat kan er lokaal nog georganiseerd worden, mits de veiligheid het toelaat? Een andere voorwaarde voor plaatsing is een intake met team mensenhandel van politie, zij moeten signalen mensenhandel zien. Zo weten we zeker dat het om mensenhandel gaat. CoMensha zit samen met andere organisaties in de werkgroep die gaat over de gehele aanpak, doet de weging en is de plaatsende partij. Samen bieden we maatwerk voor deze groep slachtoffers. Dit maakt het bijzonder: samen zorg je ervoor dat er mooie dingen kunnen gebeuren.”

Waar houd jij je vooral mee bezig rondom de OMM? Wat trekt jou aan in deze doelgroep?  

“Ik houd me met alle facetten bezig: de weging van de ingestuurde informatie rondom het slachtoffer, het adviseren van de aanmeldende partij, het samenwerken met alle partners. Wat mij aantrekt: mensen kunnen tussen wal en schip vallen, dat komt soms doordat ze dusdanig moeilijk gedrag vertonen dat anderen daar geen zin meer in hebben. Het zijn soms hele jongen mensen. Ik kan er niet tegen dat we dan opgeven. Deze mensen zijn vaak in onveiligheid groot geworden, er is vaak sprake van trauma in hun vroege jeugd. Zij hebben zichzelf coping mechanismes aangemeten die niet altijd even handig zijn. Dan juist moeten we kijken naar hoe we hen kunnen helpen en ondersteunen. Deze groep mensen kampt met een grote hoeveelheid aan complexe problemen en heeft dan ook nog te maken met mensenhandel en onveiligheid. Ons werkveld, of het zorgsysteem in het algemeen, is in hokjes ingedeeld: die doet dit en die dat. Als er vervolgens sprake van onveiligheid is wordt het ingewikkeld. Dat maakt dat niemand zich verantwoordelijk voelt en dat kan niet. Daar gaat mijn vuur van aan. Ik wil er samen met de partners voor zorgen dat deuren opengaan en we buiten de hokjes kunnen denken. Het gaat tenslotte over mensen, mensen als jij en ik. De OMM is vooralsnog een pilot van drie jaar. Het gaat niet meteen allemaal goed, we leren elke dag van de casussen die er nu zijn. We willen met alle partners het beste neerzetten voor deze doelgroep, we moeten onszelf telkens opnieuw uitvinden. Zoiets is nog niet eerder op deze manier gedaan.”  

Waar loop je tegenaan bij deze relatief jonge opvang(vorm)?  

“Wij hebben ook te maken met de wachttijden in het reguliere veld. We hebben inzet van verslavings- en ggz-instellingen nodig en hebben goede samenwerking met deze partijen. Dat is niet op alle plekken en momenten vanzelfsprekend. De reguliere zorg heeft te maken met eigen problemen. Ze willen wel, maar kunnen niet altijd meteen inspringen. Dit betekent dat we veel samenwerken met FACT-teams* en crisisteams. De samenwerking met de instellingen is vaak heel goed, maar je loopt tegen de bekende knelpunten aan: wachtlijsten, onvoldoende zorg beschikbaar. Slachtoffers mensenhandel hebben vaak urgente problemen: ze hebben bijvoorbeeld recent seksueel geweld meegemaakt. Als je dan ook verslavingszorg en ggz nodig hebt wil je daar meteen op in kunnen zetten, zorg op korte termijn toegankelijk hebben, en dat is vaak problematisch. Dat vraagt heel veel van de medewerkers in de opvang.”  

4Wat kan er binnen de OMM nog verbeterd worden? 

“Meer financiering vanuit overheid maakt meer mogelijk. We zijn nu zo ver, het is bijna twee jaar later. We moeten gaan evalueren, gaan door ontwikkelen, en daar zijn middelen voor nodig. Vóór volgend jaar juli wil je wat klaar hebben liggen. Je wilt gemeentes kunnen voorzien van tips en tools voor wat ze lokaal voor deze groep kunnen betekenen. Misschien hoeft iemand niet altijd naar de andere kant van het land als er lokaal al ggz en verslavingszorg voorhanden is. Onveiligheid is een reden om niet op te nemen in de psychische zorg. Dat is weer dat hokjesdenken, terwijl iemand misschien als eerst een veilige plek nodig heeft.”  

Zijn er al succesverhalen?  

“Ja! Er zijn mensen die nu gaan uitstromen of al uitgestroomd zijn, bijvoorbeeld naar een 2e fase plek, en dan naar een plek waar ze zelfstandig wonen in combinatie met ambulante zorg. In de eerste fase zijn ze gestabiliseerd en is er passende zorg ingeschakeld. In de tweede fase gaan ze oefenen met veiligheid, hun gebruik onder controle houden, leren hiermee om te gaan op de moeilijke momenten. Mensen kunnen ook uitstromen naar een Regionale Instelling voor Beschermend en Begeleid Wonen (RIBW), of een lvb-instelling.  
Succes is ook dat mensen al langere tijd in de opvang verblijven en dus al die tijd hulp aanvaarden. Of dat ze in beeld blijven. Want we hebben mensen die we voor het eerst in 2014 aangemeld kregen, zij zijn meerdere keren slachtoffer van uitbuiting geworden. Ze hadden vaak in hun vroege jeugd al traumatische ervaringen, waardoor er op gebied van veiligheid veel gebeurt. Ze ontwikkelen coping strategieën die hen nu niet helpen, zoals middelengebruik of dissociatie. Heftige dingen: moeilijk om te voelen, makkelijk om weg te bewegen. Sommige mensen gaan meer eten, shoppen, nemen een extra wijntje. Maar het kan ook gaan om drugsgebruik, dat maakt je kwetsbaar. Alleen mensen vrij maken van middelengebruik lost het probleem niet op, je moet ook wat doen aan het onderliggend trauma. Help mensen om te gaan met hun trauma’s en gevoelens, in plaats van dat je iets belangrijks uit hun leven wegneemt zonder dat daar iets voor in de plaats komt. Iets anders: er was iemand met wie het niet helemaal goed ging na uitstroom uit de opvang. Die is teruggekomen en krijgt opnieuw begeleiding en behandeling. Dat kan dus ook bij de OMM.”  

Wat hoor je uit het veld en van slachtoffers terug over de OMM en over de rol van CoMensha? 

“Sommige hulpverleners vinden het veel werk om iemand aan te melden. We vragen ook veel voor een aanmelding, want we willen zorgvuldig meekijken en onderzoeken wat de mogelijkheden zijn. We verwachten een goede onderbouwing van het plaatsingsverzoek en willen eerst weten wat er door de betrokken partijen is gedaan om meer zicht op de persoon en zijn of haar problemen te krijgen. Maar ook vragen we na wat er aan de kant van de uitbuiter gedaan is: kan daar iets ingezet worden om de veiligheid van het slachtoffer te vergroten? Denk bijvoorbeeld aan een contactverbod. Aanmelders die hun cliënt geplaatst krijgen zijn heel blij, ze willen het liefst dat hun cliënt op een goede plek terecht komt.”  

Wil je nog iets anders kwijt?  

“Zoals de situatie nu is in het huidige zorgsysteem, vallen mensen met complexe problematiek en (acute óf structurele) onveiligheid tussen wal en schip. We hebben meer integrale samenwerking en maatwerk nodig, ook als een casus de regio overstijgt. Er is echt werk aan de winkel en dat geldt niet alleen voor onze doelgroep. 

Met de partners waar we nu cliënten plaatsen, zijn we allemaal heel betrokken bij deze aanpak, we willen onszelf ontwikkelen. Het is een hele fijne manier om met elkaar iets moois neer te zetten. We hebben nu al zoveel geleerd met elkaar, maar we hebben ook echt nog heel veel te doen. Daarom hoop ik dat de aanpak die we zijn gestart gecontinueerd wordt. Dat gemeenten het belang zien en gaan financieren. Zodat we de kans op herhaald slachtofferschap van deze groep mensen, die al zoveel te verduren hebben gehad, kunnen verkleinen. Zodat we betere toekomstperspectieven kunnen creëren voor én met hen, hun kansen kunnen vergroten.  

“Ik ben trots wanneer we het verschil in het leven van een mens maken. Als we bijvoorbeeld een casus hebben waar het gaat om jonge mensen bij wie zoveel aan de hand is, maar het toch lukt om met elkaar tot een plaatsing en passende hulpverlening te komen. Een plaatsing waarbij de GGZ op afstand betrokken blijft zodat iemand goed kan landen en de ontvangende instelling op alle leefgebieden een plan op maat maakt op basis van wat een persoon echt nodig heeft.”

Erin van de Weijer
Consulent @ CoMensha – Coördinatiecentrum tegen mensenhandel
September 2021