KIM
Ik stond onder druk van bedreigingen en mijn gevoel van schaamte was groot KIM

Blog #9 Dilemma op de helpdesk: hulp aan buitenlandse slachtoffers afhankelijk van juridisch proces

In deze blog nemen we je eerst mee in het verhaal van Dalmar[1], een Nigeriaanse jongen van 21. Een vage kennis in zijn geboortestad Lagos belooft hem meer en beter betaald werk dan zijn baantje als taxichauffeur hem oplevert. Daarvoor moet hij naar Europa. Hij besluit te gaan. Hij heeft meer geld nodig, zijn jongere broertjes en zusjes zijn immers afhankelijk van hem nu ze geen ouders meer hebben. Zijn kennis schiet hem een bedrag voor zodat hij zijn reis kan beginnen.

Tijdens de tocht door de Sahara in Libië wordt hij beroofd, dagenlang opgesloten en mishandeld door een bende. Hij kan ontsnappen en maakt de overtocht van Tripoli naar Lampedusa op een klein, gammel bootje. Via zijn kennis heeft hij contactgegevens gekregen van een Nigeriaan in Florence die hem verder zal helpen. Deze man, John, ontvangt hem hartelijk met een maaltijd en laat hem de wijk zien waar hij zal gaan wonen en werken. Bij terugkomst vraagt hij om Dalmars paspoort, omdat hij nog het een en ander moet regelen. De volgende middag komt er een stel mannen langs. Er wordt gezamenlijk gegeten en gedronken.

Seksueel en crimineel uitgebuit
Als Dalmar wakker wordt kan hij zich niet herinneren wat er gebeurd is. Zijn lijf doet pijn en hij voelt zich suf. De daarop volgende weken en maanden zal hij nog regelmatig gedrogeerd worden en moet hij klanten ontvangen. Ook wordt hij zelf ingezet als drugskoerier. Als hij zegt dat hij ander, legaal werk wil, wordt hij geslagen. Hij heeft geen keus: hij moet zijn schuld afbetalen aan John, die de reis voor hem geregeld blijkt te hebben. Dalmar spreekt geen Italiaans, kent geen mensen aan wie hij hulp kan vragen. Hij hoopt dat hij binnenkort in ieder geval wat geld naar zijn familie kan sturen.

Na maanden gedwongen te zijn tot dingen die in zijn ergste nachtmerries niet voorkwamen, lukt het hem op een gegeven moment uit het web van de mensenhandelaren te ontsnappen. Dalmar vlucht naar een andere stad en gaat naar de politie. Hij vertelt zijn verhaal en vraagt om bescherming. Maar de politie kan hem niet helpen wegens gebrek aan capaciteit en expertise op mensenhandel.

Niet lang hierna wordt Dalmar, die op straat rondzwerft, gevonden door een vriend van John. Hij wordt teruggebracht naar John’s woning en bont en blauw geslagen. De ellende begint opnieuw. Een van zijn vaste klanten krijgt medelijden met hem. De man helpt hem nogmaals te vluchten, deze keer het land uit. Hij komt met de trein aan in Nederland. De klant heeft hem aangeraden asiel aan te vragen, om kans te maken op hulp en bescherming. Een voorbijganger op het station vertelt hem hoe hij in Ter Apel moet komen.

Signalen van mensenhandel
Dalmar wordt al snel overgeplaatst naar een AZC. Pas na een aantal gesprekken met Els, zijn contactpersoon bij VluchtelingenWerk, lukt het hem te vertellen wat hem is overkomen. Hij heeft zowel psychische als fysieke klachten aan de mishandelingen en het gedwongen drugsgebruik overgehouden. Hij slaapt slecht en heeft last van herbelevingen. Els vertelt hem dat hij een Dublin-claim Italië heeft. Dit betekent dat niet Nederland, maar Italië zijn asielaanvraag moet behandelen. Hij zal daarom teruggestuurd worden.
 
Maar Els hoort ook duidelijke signalen van mensenhandel in Dalmars verhaal. Ze legt hem uit dat hij in Nederland aangifte mag doen bij een gespecialiseerd politieteam. Hij kan dan een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen gedurende het strafrechtelijk onderzoek. Dit is de B8.3-vergunning voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel. Met deze vergunning heeft hij ook recht op voorzieningen en passende opvang voor mensen die hetzelfde hebben meegemaakt als hij.

Uitbuiting buiten Nederland
Want Dalmar is niet de enige. Er zijn momenteel veel mensen op de AZC’s in Nederland die vertellen slachtoffer van mensenhandel te zijn. Een groot aantal van hen is buiten Nederland of buiten de EU uitgebuit, en komt (toevallig of juist niet) naar Nederland met de bedoeling om hulp en bescherming te vragen. In verschillende nationale en internationale wetteksten wordt beschreven dat wij als land hen die ook moeten bieden[2]. Óf we moeten slachtoffers in Nederland opvang en zorg bieden, óf we moeten zorgen voor een warme overdracht naar het land waar het slachtoffer is uitgebuit en waar het onderzoek gedaan kan worden.

Op de helpdesk staan we voor een dilemma. We willen dat Dalmar en andere buitenlandse slachtoffers de juiste hulp krijgen. Maar we weten dat het recht op voorzieningen is gekoppeld aan het recht op verblijf. Het recht op verblijf is weer gekoppeld aan het strafrechtelijk onderzoek naar de verdachte(n).
Wanneer de mensenhandel níet in Nederland heeft plaatsgevonden, kan de politie geen onderzoek beginnen. Als een slachtoffer zich veel details weet te herinneren, zoals plaats- en straatnamen, kentekens van auto’s, uiterlijke kenmerken van de handelaren, telefoonnummers, etc., kan politie de aangifte wel overdragen aan het land van uitbuiting – mits het een EU-land betreft. Daar kan het onderzoek vervolgens gestart worden. Gevolg is wel dat de verblijfsvergunning in Nederland wordt stopgezet. Ook het recht op voorzieningen in Nederland vervalt dan. Het slachtoffer wordt door politie en OM aangeraden terug te gaan naar het land waar het onderzoek loopt, omdat hij of zij daar recht heeft op zorg en opvang. Alleen… vaak willen en durven mensen absoluut niet terug.

Recht op voorzieningen
De Nederlandse Politie kampt met een hoge werkdruk, waardoor er momenteel lange wachttijden zijn voor het doen van aangifte. Het komt voor dat mensen worden overgedragen aan het Dublin-land vóórdat zij aangifte van mensenhandel hebben kunnen doen. Dalmar kan wel op tijd aangifte doen. Hij krijgt de B8.3-vergunning en de Dublin-claim vervalt. Hij hoort echter ook direct dat er, wegens een gebrek aan opsporingsindicaties in Nederland, waarschijnlijk snel een sepot zal volgen.
Deze jongeman heeft medische en psychische zorg nodig. Hij is verkracht, heeft een soa opgelopen, en heeft last van zijn verwondingen. Hij heeft traumabehandeling nodig en hulp met de naweeën van het drugsgebruik. Wat kunnen we voor hem betekenen?
Het vinden van een opvangplek is vaak lastig – een onzekere verblijfsstatus kan een contra-indicatie zijn, en de mannenopvang zit vaak vol. Ook al lukt het wel, de opvang zal tijdelijk zijn, want de B8.3 wordt waarschijnlijk snel beëindigd. Omdat Dalmar buiten Nederland is uitgebuit, zal de politie in Nederland immers geen onderzoek naar de verdachten kunnen beginnen en vervalt het recht op verblijf. Ook een eventueel ingezette behandeling zou dan voortijdig worden afgebroken.
We koppelen hem aan de zorgcoördinator voor slachtoffers mensenhandel in de regio. Zij denkt met hem mee en geeft uitleg over wat er mogelijk is qua juridische procedures en het inzetten van zorg. Ook schakelen we een advocaat in die gespecialiseerd is in asiel- én mensenhandelzaken.
Na overleg met de zorgcoördinator en zijn advocaat besluit Dalmar om na het stoppen van de B8-vergunning asiel aan te vragen. Nu de Dublin-claim vervallen is door de aangifte, is Nederland verantwoordelijk voor de behandeling van de aanvraag. Via het COA krijgt hij zorg en opvang. 

(Internationale) samenwerking
Recent heeft het Ministerie van JenV aangekondigd dat de B8.3 op korte termijn niet meer toegankelijk zal zijn voor mensen met een Dublinclaim die buiten Nederland zijn uitgebuit. Samen met ketenpartners als de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, LaStrada International, VluchtelingenWerk, advocaten, zorgcoördinatoren en opvanginstellingen kijkt CoMensha naar mogelijkheden om de internationale samenwerking met Dublin-landen als Italië meer op te zoeken. We willen bewerkstelligen dat het slachtoffer in het land waar hij is uitgebuit goede opvang en bescherming krijgt. Om dat te bereiken moeten we toewerken naar een warme overdracht aan zowel zorginstellingen als opsporingsdiensten. Bij terugkeer naar het land van uitbuiting bestaat het risico dat slachtoffers zoals Dalmar opnieuw door mensenhandelaren gevonden worden. Met alle betrokken ketenpartners moeten we dit proberen te voorkomen. Een warme overdracht is daarbij essentieel.

Erin van de Weijer
Consulent aanpak mensenhandel @ CoMensha
Juli 2019
Meer blogs van Erin of de columns van onze directeur-bestuurder Ina Hut lezen? Klik hier.

[1] De gebruikte namen in dit stuk zijn fictief.

[2] Zie bijvoorbeeld de Europese Richtlijn voor bescherming van slachtoffers van strafbare feiten en de Europese Mensenhandelrichtlijn, de Nederlandse Vreemdelingencirculaire en de Aanwijzing Mensenhandel.