RAHUL
Doodsbang was ik, want ik was inmiddels illegaal en ik had geen idee van mijn rechten RAHUL

CoMensha onderschrijft kritisch rapport Rekenkamer over aanpak arbeidsuitbuiting

CoMensha signaleert al jaren dat het aantal slachtoffers van arbeidsuitbuiting in Nederland toeneemt en dat de aanpak van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ISZW) ernstig tekortschiet. Gisteren presenteerde de Rekenkamer een ongekend kritisch rapport, getiteld ‘Daders vrijuit, slachtoffers niet geholpen’. Daarin concludeert de Rekenkamer dat daders veelal vrijuit gaan en dat slachtoffers niet geholpen worden, ondanks de extra financiële middelen, vanaf 2018 oplopend tot structureel 50 miljoen per jaar in 2022.

Ina Hut, directeur-bestuurder van CoMensha: ‘De bevindingen komen niet uit de lucht vallen. Al jaren hameren wij erop dat de huidige aanpak door ISZW niet effectief is, daders worden nauwelijks voor de rechter gebracht en slachtoffers krijgen niet de bescherming waar ze volgens wet- en regelgeving recht op hebben.’

Extra geld, maar niet meer slachtoffers geholpen

Sinds 2018 stelt het parlement extra geld beschikbaar voor ISZW om arbeidsuitbuiting te bestrijden, maar volgens de Rekenkamer is het doel van de extra gelden niet bereikt. Zo blijkt uit het onderzoek dat de Inspectie haar eigen doelstellingen niet haalt om meer daders te straffen en slachtoffers te helpen. De inspanningen van de betrokken ministeries van Justitie en Veiligheid en Sociale Zaken en Werkgelegenheid om samen wet- en regelgeving te verbeteren, hebben ook nog niet tot zichtbare resultaten geleid.

CoMensha herkent dit beeld. In 2018 registreerden we 114 meldingen van slachtoffers van arbeidsuitbuiting, in 2019 waren dat er 261 en in 2020 hebben we 449 meldingen ontvangen. ISZW heeft de verplichting bij ons te melden. Slechts een handjevol meldingen is echter afkomstig van ISZW, slechts 46 meldingen in 2020. En de werkelijke omvang is nog vele malen groter dan de meldingen die wij van ketenpartners ontvangen. ‘Veel slachtoffers zijn niet in beeld. De Rekenkamer geeft aan dat ISZW niet alle slachtoffers naar zorg doorverwijst. Zaken worden bestuursrechtelijk afgedaan en/of bij voorbaat niet voor de rechter gebracht omdat het Openbaar Ministerie ze niet kansrijk acht, de bewijslast is te hoog.’ legt Ina Hut uit.

Aanbevelingen

De Rekenkamer beveelt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan om in overleg met de minister van Justitie en Veiligheid bestaande instrumenten te verbeteren zodat inspecteurs daders kunnen stoppen en slachtoffers meer hulp, bescherming en ondersteuning kunnen krijgen. Verder moet de inspectie de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betere informatie leveren, zodat deze het parlement kan inlichten wat de aanpak van de inspectie oplevert. CoMensha deelt deze aanbevelingen en onderschrijft net als de Rekenkamer dat alleen aanpassing van de strafrechtelijke bepaling door een nieuw kabinet niet genoeg is; ook de bestuursrechtelijke aanpak moet effectiever.

Vanuit CoMensha, maar ook samen met onze partners FNV, CNV en FairWork hebben we herhaaldelijk aandacht gevraagd voor betere bescherming aan slachtoffers van arbeidsuitbuiting en de tekortkomingen van de huidige aanpak. We hebben meermaals gewaarschuwd voor afnemende meldingsbereidheid onder slachtoffers.

Ina Hut: ‘Zolang de ondersteuning niet verbetert, zal de meldingsbereidheid onder slachtoffers verder dalen. Door met de autoriteiten te praten hebben slachtoffers op dit moment vooral veel te verliezen. Dat kan én moet echt anders. Het stemt ons positief dat de Rekenkamer tot dezelfde conclusies komt. De minister neemt alle aanbevelingen over.  We gaan ervan uit dat ze de opvolging zullen krijgen die hard nodig is. Belangrijk is dat het wetsartikel 273f Sr wordt aangepast en dat ook ernstig benadeelde werknemers beter beschermd worden. We blijven dit nauwlettend volgen.’


Lees ook:
30092021300920211