LEO
Maandenlang leefde ik in mijn vrachtwagen
LEO

Dadermonitor mensenhandel 2015-2019 en reactie CoMensha

De relatief jonge leeftijd van daders van binnenlandse seksuele uitbuiting baart de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen grote zorgen. Dit blijkt uit de Dadermonitor mensenhandel 2015-2019 die vandaag is verschenen. De Dadermonitor geeft inzicht in de daders van de verschillende vormen van mensenhandel en in de fasen van de strafrechtelijke aanpak in de periode 2015-2019. Tevens doet de Nationaal Rapporteur drie aanbevelingen. Hierbij een reactie van CoMensha op de aanbevelingen.

'Zet gericht in op het voorkomen van daderschap van mensenhandel, specifiek onder jongeren'
De jonge leeftijd van daders en slachtoffers valt in negatieve zin op. Er moet meer ingezet worden op het voorkomen van daderschap. Daarvoor is kennis nodig over daders en over hoe en waarom ze anderen uitbuiten.
CoMensha draagt deze aanbeveling een warm hart toe. Door hierop in te zetten wordt mogelijk een gedragsverandering te weeg gebracht en daderschap en dus ook slachtofferschap mogelijk voorkomen. Aansluiting bij de leefwereld van zowel de daders als slachtoffers is hierbij van groot belang, inclusief aansluiting bij de wijze van communicatie (bijvoorbeeld social media als Instagram, Telegram en TikTok).

In november 2020 is CoMensha, in samenwerking met Terre des Hommes, gestart met het landelijk Meldpunt Uitbuiting Minderjarigen. Het Meldpunt is vooral bedoeld voor de bezorgde burger, zet met name in op verder onderzoek en richt zich op alle vormen van uitbuiting van minderjarigen. Seksuele uitbuiting (waaronder loverboyproblematiek, sextortion, grooming en jongensprostitutie), is hierin de meest bekende vorm in Nederland. Maar ook criminele uitbuiting -veelal druggerelateerd-, gedwongen bedelarij en arbeidsuitbuiting kunnen worden gemeld. Via het Meldpunt bestaat de mogelijkheid om met toestemming van de melder nader onderzoek te doen naar de mogelijke uitbuitingssituatie en de mogelijke dader.

Daarnaast heeft CoMensha in samenwerking met Jeugdzorg Nederland, Landelijk Kenniscentrum LVB, Nederlands Jeugdinstituut en Tilburg University. onderzoek gedaan naar signalering van mensenhandel in de jeugdzorg. Zo is training en kennisontwikkeling over mensenhandel bij professionals werkzaam in de jeugdzorg belangrijk, gericht op zowel de inhoud als op de competenties die bijvoorbeeld nodig zijn bij het voeren van gesprekken over thema’s die als lastig ervaren worden of waarop een taboe heerst. Bovendien moet het onderwerp mensenhandel structureel aandacht krijgen binnen de jeugdhulporganisaties. CoMensha, Jeugdzorg Nederland, Landelijk Kenniscentrum LVB en het Nederlands Jeugdinstituut gaan daarom met betrokken landelijke en lokale partijen, jeugdhulporganisaties en brancheorganisaties in gesprek over wat nodig is om de aanbevelingen uit dit onderzoek te implementeren en daarbij aan te sluiten bij de behoefte uit het veld en de dagelijkse praktijk.

'Onderzoek of de aanpak van resocialisatie aansluit bij de daders van mensenhandel om herhaald daderschap te voorkomen'
Weinig daders ontvangen naast hun straf reclasseringstoezicht. Resocialisatie is belangrijk om te voorkomen dat daders opnieuw de fout in gaan. Zeker omdat er veel jonge daders zijn. Dit is ook belangrijk om (herhaald) slachto­fferschap te voorkomen.
CoMensha onderstreept ook deze aanbeveling en ziet hierin ook voor zichzelf een rol weggelegd om met Reclassering Nederland te verkennen hoe krachten kunnen worden gebundeld als het gaat om bewustwording en voorlichting.

'Inventariseer kwetsbare sectoren en werknemers op lokaal niveau om aanpak arbeidsuitbuiting te sturen'
Er is steeds meer kennis over de mechanismen die werknemers en sectoren kwetsbaar maken voor misstanden. Recent heeft het Aanjaagteam hier ook een uiteenzetting van gegeven als het gaat om arbeidsmigranten en focuspunten benoemd. De Nationaal Rapporteur beveelt aan dat het belangrijk is om lokaal te inventariseren welke werknemers en sectoren extra kwetsbaar zijn: per regio of gemeente kunnen daarin grote verschillen bestaan. Op basis van een gerichte aanpak kan arbeidsuitbuiting effectief aangepakt worden.

CoMensha onderschrijft deze aanbeveling, maar roept vooral ook op om het slachtofferperspectief blijvend op de agenda te plaatsen. De integrale aanpak van arbeidsuitbuiting is essentieel, maar als zaken niet strafrechtelijk worden opgepakt en gekozen wordt voor een bestuursrechtelijke interventie (bijvoorbeeld intrekking van de vergunning van een bedrijf) dan heeft dat momenteel consequenties voor de slachtoffers. Zij kunnen dan namelijk geen aanspraak maken op de benodigde voorzieningen, voorzieningen waar ze recht op hebben. Het is nog lang niet voor alle ketenpartners duidelijk wat het referentiekader is om de geringste aanwijzing van mensenhandel te zien. Vanuit het slachtofferperspectief is dat cruciaal, omdat op basis van de geringste aanwijzing mogelijkheid bestaat tot toegang tot de bedenktijd en/of andere voorzieningen.

Ina H.R. Hut, directeur -bestuurder van CoMensha: "We onderschrijven de aanbevelingen van de Nationaal Rapporteur. We moeten inderdaad beginnen bij preventie, het voorkomen van daderschap en slachtofferschap. Maar je kunt ook concluderen dat mensenhandel lonend is voor de dader. Het aantal zaken dat voor de rechter wordt gebracht is gering en de straffen zijn laag. De pakkans en de strafmaat moeten omhoog. Misdaad mag niet lonend zijn. Het is belangrijk om zowel op preventie als ook om op de pakkans in te zetten. En te zorgen dat slachtoffers toegang krijgen tot de voorzieningen waar ze recht op hebben.’’

 

Factsheet Dadermonitor:

factsheet dadermonitor