LEO
Maandenlang leefde ik in mijn vrachtwagen
LEO

Opinie: Onze opdracht na onthulling sporticoon Mo Farah

Het verhaal van Mo Farah heeft veel losgemaakt, maar signalering van andere niet bekende slachtoffers van mensenhandel is hard nodig stelt Ina Hut, directeur-bestuurder van CoMensha.

Deze week berichtten nationale en internationale media over de BBC documentaire ‘Mo Farah, no easy mile’. Daarin onthult sporticoon en Olympisch atletiekkampioen Mo Farah dat hij slachtoffer van mensenhandel was. Als 9-jarig kind werd de jonge Farah door een onbekende vrouw naar Engeland gesmokkeld. Daar werd hij gedwongen om onder barre omstandigheden huishoudelijk werk te verrichten in haar gezin en voor de andere kinderen te zorgen. Pas op zijn twaalfde mocht hij naar school.

Ver-van-mijn-bed-show

Hoewel het verhaal van Farah veel heeft losgemaakt, blijft mensenhandel voor de meeste mensen een ver-van-mijn-bed-show. Veel mensen realiseren zich niet of nauwelijks dat zulke schrijnende gevallen van uitbuiting in de huishoudelijke dienstverlening ook in Nederland voorkomen. Onlangs werden een moeder (56) en dochter (32) gearresteerd op verdenking van gruwelijke uitbuiting van een vrouw met een beperking. De vrouw werd zeven jaar lang vernederd, geslagen en uitgebuit in een woning. Het slachtoffer kon de woning niet verlaten en werd financieel leeg getrokken door de twee verdachten.

Topje van de ijsberg

Bij het landelijk Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha) weten we dat het merendeel van de slachtoffers niet gezien wordt. In 2021 registreerden wij 52 vermoedelijke slachtoffers van arbeidsuitbuiting in huishoudens. Dit is slechts het topje van de ijsberg: volgens schattingen zijn er jaarlijks tussen de 5.000 en 30.000 slachtoffers van uitbuiting in Nederland. 

Vaak duurt het jarenlang voordat slachtoffers naar buiten durven te treden. Gevoelens van schaamte, maar ook zorgen over de mogelijke juridische consequenties en veiligheid leggen slachtoffers het zwijgen op. Andere slachtoffers herkennen zichzelf niet als slachtoffer. Als gevolg daarvan blijven zij langer in de uitbuitingssituatie zitten en krijgen ze niet de hulp en zorg waar ze volgens wet- en regelgeving recht op hebben. Mede daardoor lopen ze een reëel risico om opnieuw slachtoffer te worden van een misdrijf. Zo’n 45 procent van de slachtoffers wordt binnen vijf jaar opnieuw slachtoffer van een misdrijf. Binnen zeven jaar is dat zelfs 50 procent, aldus onderzoek van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel.

De opdracht die we als samenleving hebben

Het verhaal van Farah kan helpen het taboe te doorbreken, maar ook de samenleving is aan zet. We staan voor de opdracht om ervoor te zorgen dat alle slachtoffers zich veilig (genoeg) voelen om naar buiten te treden. Als samenleving dienen we kritisch te kijken naar de drempels die er voor slachtoffers zijn. Dat gaat niet alleen over een ethische benadering van slachtoffers, maar ook over het bieden van veiligheid en voorzieningen ongeacht de maatschappelijke en juridische status van slachtoffers. Dat gebeurt nu onvoldoende. Zo blijkt uit onderzoek van Lost In Europe dat Nederland slachtoffers van mensenhandel terugstuurt naar Italië ondanks het risico op herhaalde uitbuiting. Ook vanuit CoMensha hebben we er herhaaldelijk op gewezen dat dit de bescherming van slachtoffers schaadt.

Van passieve afkeuring naar actieve solidariteit

Juist omdat uitbuiting zich vaak in het verborgene afspeelt, spelen mensen in de omgeving een cruciale rol in de signalering. Zij kunnen zien dat slachtoffers geïsoleerd raken, amper naar buiten mogen en lange dagen zwaar werk moeten verrichten. Bij de signalering van slachtoffers van uitbuiting gaat het veelal om ‘zachte’ informatie. Signalen die los van elkaar niets hoeven te betekenen, vormen in combinatie juist vaak een sterke aanwijzing van uitbuiting. Om ervoor te zorgen dat opsporingsdiensten en hulpinstanties in actie kunnen komen, is het essentieel dat men alert is op signalen en ook bij twijfel meldt. Meld een niet pluis-gevoel bij een wijkagent, Meld Misdaad Anoniem of bij CoMensha. We moeten onze passieve afkeuring transformeren naar actieve solidariteit met alle slachtoffers van uitbuiting. 

Dit opiniestuk verscheen eerder op JOOP, het opinieplatform van BNNVARA. Lees het opiniestuk hier