LEO
Maandenlang leefde ik in mijn vrachtwagen
LEO

Project Safe Return

In mei van dit jaar is het project 'Safe Return for Victims of Trafficking and Victims of Domestic Violence without or with an Uncertain Residence Permit' van start gegaan. Het project wordt gefinancierd door het Ministerie van Veiligheid en Justitie en onder penvoerderschap van de Federatie Opvang (FO) uitgevoerd.
Deelnemers aan het project zijn Blijf Groep, Moviera, Kopland, CoMensha, Pharos, de instellingen voor categorale opvang slachtoffers mensenhandel (COSM's), de Stichting Religieuzen tegen Vrouwenhandel, Animus/La Strada Bulgarije en een Nigeriaanse partner COSUDOW. Daarnaast worden verschillende ketenpartners bij het project betrokken, zoals Fier Fryslan, het Leger des Heils, IOM en de Dienst Terugkeer en Vertrek.

Het project heeft als doel om een methodiek te ontwikkelen en toe te passen die terugkeer naar en re-integratie in het land van herkomst bespreekbaar maakt voor slachtoffers van mensenhandel en slachtoffers van huiselijk geweld, inclusief eergerelateerd geweld. Cliënten die daadwerkelijk willen vertrekken worden voorbereid op dit vertrek. Cliënten die zijn vertrokken worden begeleid bij hun re-integratie in het land van herkomst. Naar schatting worden minimaal 375 cliënten bereikt met deze nieuwe methodiek en 20 cliënten bij terugkeer begeleid.

Daarnaast wordt binnen het Safe Return project onderzoek (desk research) gedaan naar factoren die terugkeer bevorderen of hinderen, de belangrijkste landen van herkomst van cliënten en mogelijke samenwerkingspartners in binnen- en buitenland. Aan het einde van het project worden de definitieve methodiek en de onderzoeksresultaten gepresenteerd.

Begin juli is een eerste bijeenkomst geweest voor de Nederlandse partnerorganisaties waarbij de methodiekontwikkeling is besproken. Op grond hiervan is een conceptmethodiek ontwikkeld die vanaf eind september/begin oktober zal worden toegepast bij de betrokken deelnemers. In de eerste week van september heeft een internationale vervolgbijeenkomst plaatsgevonden, waarbij ook de partners uit Nigeria en Bulgarije aanwezig waren. Tijdens deze bijeenkomst is de methodiek doorgetrokken naar de landen van herkomst. Hierbij lag de focus op het moment van overdracht en de begeleiding na terugkeer evenals de samenwerking tussen Nederlandse en buitenlandse instellingen.

Tijdens dezelfde bijeenkomst zijn de Nederlandse partnerinstellingen getraind om hun eigen hulpverleners te kunnen trainen om met de methodiek te werken (Training of Trainers). Vanaf oktober wordt de methodiek gedurende negen maanden toegepast in de betrokken instellingen voor vrouwenopvang, in de COSM's en door CoMensha. Op grond van de ervaringen tijdens deze pilotfase wordt de definitieve methodiek ontwikkeld.