RAHUL
Doodsbang was ik, want ik was inmiddels illegaal en ik had geen idee van mijn rechten RAHUL

Inspectierapport 'Kwaliteit van de gespecialiseerde jeugdhulp aan slachtoffers van loverboys'

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd i.o. vindt het zorgelijk dat slachtoffers van loverboys nog onvoldoende in beeld zijn. Het grootste deel van de slachtoffers wordt niet gesignaleerd en goed doorverwezen. Daarentegen is de kwaliteit van de zorg door gespecialiseerde hulpaanbieders aan (mogelijke) slachtoffers van loverboys die wel worden geholpen, goed. Door de hulp wordt o.a. het zelfbeeld en de weerbaarheid van de slachtoffers vergroot en bevordert het de gezonde seksuele ontwikkeling en traumaverwerking. Dat blijkt uit het inspectierapport 'De kwaliteit van de gespecialiseerde jeugdhulp aan slachtoffers van loverboys' dat de minister van VWS vandaag heeft aangeboden aan de Tweede Kamer.

Het betreft een onderzoek uit 2017 bij dertien jeugdhulpaanbieders. Deze aanbieders geven gespecialiseerde residentiële hulp aan (mogelijk) minderjarige meisjesslachtoffers van loverboys (=mensenhandelaren). Wij zijn natuurlijk blij met de goede hulpverlening aan de slachtoffers van mensenhandelaren, daar hebben slachtoffers van deze seksuele uitbuiting recht op.
 

  Uitrol landelijke zorgcoördinatie en betere signalering van mensenhandel dringend nodig!   

 


Maar het grootste deel van de slachtoffers wordt niet gesignaleerd en goed doorverwezen, daarom onderschrijven wij ten volle de constatering van de inspectie dat de (mogelijke) slachtoffers van loverboys nog te weinig worden gesignaleerd en bij ons worden gemeld. "Registratie van (mogelijke) slachtoffers is van groot belang om het probleem van deze vorm van mensenhandel goed in beeld te brengen en de mensenhandelaren aan te pakken", zegt Ina Hut, directeur-bestuurder van CoMensha. "Teveel slachtoffers worden niet gesignaleerd en als ze dan al worden gesignaleerd worden ze vaak niet doorverwezen naar de juiste hulpverlening. Terwijl u dit leest worden honderden minderjarigen, meisjes én jongens, seksueel uitgebuit. Dat mogen we niet laten gebeuren!".

In het rapport 'daagt de inspectie de jeugdhulpaanbieders uit' om na te denken over de wijze waarop zij jeugdigen en ouders meer kunnen stimuleren om de benodigde toestemming te geven voor het melden bij CoMensha. Zo acht de inspectie het ook noodzakelijk dat het bestaande hulpaanbod beter bekend raakt bij de gemeenten die de jeugdigen naar de hulp doorverwijzen. Ook is het van belang dat gemeenten, VNG en VWS zorgen dat er een landelijk dekkend hulpaanbod voor de slachtoffers komt.

Zorgcoördinatoren zijn bij uitstek de mensen die hier een wezenlijke rol in spelen. "Uitrol van landelijke zorgcoördinatie en betere signalering van mensenhandel is dringend nodig!", benadrukt Ina Hut. "Wij gaan daarover graag in gesprek met gemeenten als ook met VNG, VWS en de jeugdzorg-/jeugdbeschermingsinstellingen om de constateringen uit het rapport in concrete acties om te zetten waarmee (mogelijk) slachtoffers nog beter worden geholpen en de seksuele uitbuiting wordt tegengegaan".

Kijk op de site van de inspectie om het rapport te downloaden.
Lees hier het bericht in het AD.

Klik hier voor meer informatie over het belang van een landelijk dekkend systeem van zorgcoördinatie om mensenhandel aan te pakken (commissie Lenferink).
En lees onze blog van februari 2018 over het werk van een zorgcoördinator.

29 maart 2018

 

 

 



Dit artikel is opgenomen in de nieuwsbrief april 2018