KIM
Ik stond onder druk van bedreigingen en mijn gevoel van schaamte was groot KIM

Seksuele uitbuiting -ook van minderjarigen- in Nederlandse hotels

Uitgebreid artikel in Het Parool van journalist Raounak Khaddari (28 november 2020):

Een hardnekkig probleem, goeddeels uit het zicht: jongeren die worden geronseld om tegen betaling seks te hebben in hotels. De coronapandemie verergert het probleem, zo vreest het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel. ‘Ik was afhankelijk van hem.’

“Soms moest ik bij een appartement zijn, soms werd ik afgezet voor een hotel. Vaak was het bij een Van der Valk, een Fletcher Hotel of bij Mercure in Amsterdam, Utrecht of Amersfoort,” zegt Sameena van der Mijden, terugblikkend op de periode dat ze als net 18-jarige op meerdere sekssites tegelijk werd aangeboden.

Ze was verliefd geworden op een man die haar uiteindelijk dwong seks te hebben met anderen voor geld. Ze kreeg een kamernummer te horen en liep keer op keer schaars gekleed voorbij de receptie naar de klant die haar had geboekt, zonder te weten wat ze met haar zouden doen. “Sommigen boden me eerst een drankje aan, sommige mannen besprongen me meteen.”

Op sites geven sekswerkers vaak aan wat ze wel en niet doen – bijvoorbeeld geen seks zonder condoom of geen anale seks. Bij Van der Mijden konden alle mannen, zolang ze betaalden, alles krijgen. Dat bepaalde haar loverboy.

Verkracht
Haar klanten betaalden per uur, maar zelf zag ze geen cent van het geld dat ze verdiende. Dat ging rechtstreeks naar de man die ze had ontmoet toen ze achter de bar stond tijdens een technofeest in de Jaarbeurs in Utrecht. “We ­gingen gewoon daten. Eerst wat drinken, een keertje naar de film. Het waren echt normale ­dates. Hij was altijd heel complimenteus en werd uiteindelijk mijn vriend.”

Ze ontmoette hem in een moeilijke periode – thuis was sprake van geweld. Ze spijbelde veel, had geen contact meer met haar vader en wilde niet bij haar moeder wonen. “Ik sliep vaak bij mijn ‘vriend’. Hij vroeg of hij geld mocht lenen. Dat leek me geen probleem, want ik was vaak bij hem. Het begon met 20 euro. Uiteindelijk stond ik elke maand mijn hele salaris af. Daardoor was ik afhankelijk van hem.”

Hij was vanaf het begin al agressief, maar ‘pas nadat hij mij verkrachtte en dat filmde, zat ik echt in zijn val’, zegt Van der Mijden. “Hij had de opnames en dreigde elke keer om die naar buiten te brengen als ik niet zou doen wat hij wilde.”

Ze moest in eerste instantie een paar keer naar bed met vrienden van vrienden van hem. Dat gebeurde bij hem thuis of in appartementen van anderen. Beetje bij beetje moest ze steeds vaker opdraven, tot ze dagelijks seks had met mannen in hotels voor geld.

Chantabel
Het verhaal van Van der Mijden, dat speelde rond 2010, staat niet op zichzelf. Jaarlijks zijn er in Nederland circa duizend geregistreerde slachtoffers van seksuele uitbuiting, een grote meerderheid van hen is vrouw. Het gaat om minder- en meerderjarige slachtoffers. “Maar dat is slechts het topje van de ijsberg,” zegt Ina Hut, directeur-bestuurder van het Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (CoMensha).

De Nationaal Rapporteur Mensenhandel, ­Herman Bolhaar, schat dat bij mensenhandel zo’n 5000 tot 7500 slachtoffers per jaar worden gemaakt. Hut: “Ik denk dat het er meer zijn. Andere schattingen hebben het zelfs over 30.000 slachtoffers per jaar. Het is nog altijd een onzichtbaar probleem.”

Beiden noemen mensenhandel en hotelprostitutie een probleem van alle tijden, maar internet heeft loverboys meer macht gegeven. Hut: “Slachtoffers zijn chantabel met foto’s en video’s die op internet staan. Hoe meer materiaal online circuleert, hoe meer mensenhandelaren in handen hebben.”

Door de groei van sociale media, waar vraag en aanbod gemakkelijk bij elkaar komen, is seksu­ele uitbuiting verplaatst van het openbaar, zoals raamprostitutie en bordelen, naar minder zichtbare plekken zoals in hotels, zegt Bolhaar.

Herkennen
Hut en Bolhaar vrezen dat sinds de coronapandemie meer jongeren in deze situaties ­terechtkomen. Door de coronamaatregelen zit iedereen meer thuis en besteedt meer tijd on­line. Bovendien zijn hotelkamers nu stukken goedkoper door een gebrek aan toeristen. Bolhaar waarschuwt hoteleigenaren: “Let op wie nu je nieuwe klanten worden.”

Bij de overheidscampagne ‘No Room for Sex Trafficking’ zijn inmiddels 85 hotels betrokken, waarvan 47 in Amsterdam. De hotels krijgen een lespakket voor medewerkers om illegale en ­gedwongen prostitutie te leren herkennen. Als een man met een jong meisje binnenkomt, moet bij de receptie een lampje gaan branden. Of bij schoonmakers die veel condooms in de prullenbak vinden, of tissues. Of als een schaars ge­klede vrouw alleen het hotel inloopt. Hut: “Dat zijn allemaal signalen. Door melding te maken kunnen zij zo echt iemand redden.”

Anders dan Fletcher en Mercure wil van Van der Valk, dat drie hotels heeft in Amsterdam, wel reageren. “Wij werken nauw samen met de politie en het OM,” zegt een woordvoerder van de hotelketen. “Onze medewerkers zijn getraind om verdachte situaties te herkennen en spelen daar ook op in. We hebben vaker meldingen gedaan en meermaals is de politie een kamer binnengevallen. De schoonmakers letten extra goed op het verloop in kamers. Het is verdacht als er veel verschillende mensen dezelfde kamer in- en uitlopen. Of als een kamer een week lang is geboekt en er niet mag worden schoongemaakt, bijvoorbeeld. Dat zijn voor ons signalen dat iets anders is dan anders.”

Samenwerken
Een garantie dat elke misstand wordt gezien is er niet, zegt de woordvoerder. “Dat kan alleen als je camera’s ín kamers ophangt. Dat kan uiteraard niet vanwege privacyredenen.”

Burgemeester Femke Halsema liet in februari onderzoeken of ze net als bij raamexploitanten op de Wallen hotels een meldplicht kan opleggen. Dat is nog altijd een optie, aldus een woordvoerder van Halsema. “Als blijkt dat het nodig is, komt de vraag weer op tafel of bestuurlijke maat­regelen ingezet kunnen worden.” Maar het uitgangspunt is om in samenwerking met de branche, die heeft aangegeven hulp te kunnen gebruiken, overlast tegen te gaan en seksueel grensoverschrijdend gedrag te signaleren.

Ook als dat lukt, is dat nog niet genoeg, vindt CoMensha, dat iedereen oproept melding te doen bij een vermoeden van uitbuiting.

In Amsterdam krijgen jonge vrouwen in de meest complexe situaties onder de noemer ­‘Rosa-aanpak’ een regisseur die regie voert op de samenwerkende instanties. En in de stads­delen West en Nieuw-West wordt geëxperi­menteerd met een vernieuwende manier van samenwerken door instanties rond kwetsbare meiden in een zo vroeg mogelijk stadium.

Dat had Van der Mijden ook graag gewild. Ze spijbelde veel, haalde slechte cijfers en kwam met onverklaarbare blauwe plekken op school, maar niemand trok aan de bel. Ze rondde haar havo niet af en was uit het zicht van de school. Pas toen het gezin waar ze een kamer huurde een bebloed shirt vond onder de kast – haar vriend had zijn naam met een mes in haar buik gekerfd – kon ze ontsnappen. Twee jaar nadat de uitbuiting was begonnen.

Verstrikt
Van der Mijdens aangifte leidde door gebrek aan bewijs niet tot een veroordeling. Dat neemt de noodzaak van opsporing van uitbuiting bepaald niet weg, zegt ook Nationaal Rapporteur Bolhaar. Hij deed onderzoek naar Amsterdamse tienermeisjes die verstrikt raken in een web van seks, straatcultuur en geweld. Als jong meisje loskomen uit die wereld is een enorme opgave, constateerde hij. “Het basale gevoel van bescherming ontbreekt. Als je geen normenkader meer hebt, kun je zelf ook ver gaan.”

“Er zijn slachtoffers die veranderen in daders en zelf gaan ronselen. Ze zijn ontzettend verhard en veranderen snel. Het allerbelangrijkste is daarom dat we met z’n allen continu aandacht blijven houden voor deze onzichtbare problematiek. Daarmee laat je zien als maatschappij, als gemeente en overheid: hier trekken we een streep. Dit laten we niet passeren.”

Van der Mijden heeft met hulp een nieuw leven opgebouwd in het zuiden van het land. Ze maakte haar school en studie af en volgde een post-hbo-opleiding om lezingen te geven over mensenhandel. “Ik kan vertellen hoe snel het mis kan gaan, welke signalen je kunt herkennen en dat het goed kan komen.”

Het Landelijk Meldpunt Uitbuiting Minderjarigen is bereikbaar via 0800 - 0034 en via de website.