LEO
Maandenlang leefde ik in mijn vrachtwagen
LEO

Vier instellingen aan de slag met project Jeugdzorg en mensenhandel

Begin 2019 startte CoMensha samen met het NJi, Jeugdzorg Nederland en het Kenniscentrum LVB het project 'Het verbeteren van signalering en zicht op aard en omvang van loverboyproblematiek in de jeugdzorg'. Sinds die tijd is er veel gebeurd. Tijd voor een tussentijdse terugkoppeling.

Allereerst heeft de begeleidingscommissie met vertegenwoordigers uit voornoemde organisaties stilgestaan bij de focus van het project. Deze focus richtte zich in eerste instantie op het signaleren van loverboyproblematiek, maar is verlegd naar mensenhandel breed. Kinderen/jongeren kunnen namelijk slachtoffer worden van meer vormen van mensenhandel, niet alleen van zogeheten loverboys (=mensenhandelaren). Dus alle vormen van mensenhandel, ook het signaleren van overige arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting worden meegenomen in het project.

Input van vier instellingen
In april 2019 deed onze collega Joyce Tacl, projectleider, via onze site en social media de oproep aan jeugdhulpinstellingen mee te doen aan het project om meer input uit 'het veld' te verkrijgen. Daar kwamen veel enthousiaste reacties op: het was goed om te merken dat de instellingen nut en noodzaak zien om een verbeterslag te maken en zo slachtoffers van mensenhandel eerder te kunnen identificeren en de juiste hulp te kunnen bieden.

Inmiddels zijn vier jeugdinstellingen actief betrokken. Zij bieden een brede range aan hulpverlening en hebben een groot werkgebied. Te weten:


Drie verbeterpunten
Met de vier organisaties is het project uitgebreid doorgenomen en onderzocht welke afdelingen binnen hun organisaties mee zouden kunnen doen aan het project. Denk aan vrijwillige ambulante hulp tot residentiele hulp of een opname afdeling. Reden hiervoor is dat er per hulpverleningssoort een andere dynamiek is en mogelijk andere knelpunten met betrekking tot het signaleren van mensenhandel naar voren kunnen komen.

De instellingen hebben de afgelopen maanden vragenlijsten onder hun medewerkers uitgezet, ten gevolge waarvan  per instelling een goed beeld is ontstaan van de huidige stand van zaken rondom signalering van mensenhandel. Op grond van deze inventarisaties zijn in samenwerking met de begeleidingscommissie door elke instelling drie verbeterpunten gekozen. Deze punten gaan op hoofdlijnen over het vergroten van kennis van signaleren, het gebruik maken van bestaande middelen (denk aan de handreikingen van de commissie Azough) en het vastleggen van procedures. Drie instellingen zijn inmiddels gestart met hun verbeterpunten. De vierde moet nog keuzes maken en begint vooralsnog in oktober 2019.

Data
Naast de oproep richting jeugdhulpinstellingen, deed de projectleider ook een uitvraag om mee te denken over het verzamelen van data, zodat er meer zicht komt op aard en omvang van mensenhandel in de jeugdhulpverlening. Op dit moment ontvangt CoMensha van alle meldingen van (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel namelijk maar 1% vanuit jeugdzorginstellingen.
In overleg met de begeleidingscommissie is in de zomer 2019 gekozen voor een samenwerking met professor Conny Rijken van Tilburg University/INTERVICT. Zij richt zich de komende maanden op de juridische kant van het verzamelen van data. Denk aan vragen, zoals:

  • Hoe gaat dit in omringende landen? 
  • Wat zeggen Europese verdragen? 
  • Hoe is het nu in Nederland geregeld?

Dit doen we door middel van expertinterviews met zorgcoördinatoren, gespecialiseerde instellingen en data-experts, het uitzetten van een vragenlijst en literatuuronderzoek. Hierin onderzoeken we wat op dit moment de belemmeringen zijn om te melden en welke oplossingen er zijn.


Meer weten over het project? Kijk op onze speciale pagina waar je ook de contactgegevens van Joyce Tacl vindt. 


Dit bericht is opgenomen in de nieuwsbrief van oktober 2019.