menu Steun ons
Leo
Leo  Mijn verhaal Maandenlang leefde ik in mijn vrachtwagen  
Steun de slachtoffers
Nieuws maandag 14 jan 2019

Blog #7 Onverwacht bezoek op de helpdesk: een jong gezin in paniek

Het CoMensha-team zit net aan de grote lunchtafel als de telefoon gaat. Ik ren naar de helpdeskruimte en pak de hoorn op. Een vrouw begint een verhaal in hakkelend Engels, waar ik uit op maak dat ze eerder met ons heeft gebeld. Ik zeg dat ik niet direct weet over welke zaak het gaat, en vraag om wat meer uitleg. Ze zegt dat ze in de bus zit, dat ze nu al in Amersfoort ís, vlakbij ons kantoor. Ze is op weg naar ons want ze heeft hulp nodig.


Normaal gesproken ontvangen wij geen cliënten op kantoor. We zijn een coördinerende organisatie en hebben vrijwel geen direct contact met slachtoffers, maar juist met de professionals om hen heen. Denk aan hulpverleners, rechercheurs, advocaten, etc. We hebben geen eigen opvang of hulpverleners, maar leiden mensen naar de juiste organisatie toe.


Samen met collega Noura loop ik naar beneden om de vrouw te ontvangen. Mijn helpdeskcollega van vandaag, Pinky, draait de helpdesk alleen verder. In de hal zien we een vrouw met een jongetje van hoogstens een paar maanden in haar armen. Haar partner staat naast haar. Ze vertellen dat ze van een AZC komen. Zij zegt weinig, is vooral gericht op haar kindje. Ze is duidelijk aangedaan. Ze hebben eerder gesproken met een andere hulporganisatie, vanuit waar ze zijn doorverwezen naar CoMensha. Kunnen wij hen helpen?

Uitzetting
Beide blijken een Dublin-claim te hebben. Dit betekent dat het eerste land in Europa waar zij geregistreerd stonden, verantwoordelijk is voor hun opvang en behandeling van hun asielaanvraag. In het geval van dit stel houdt dat in dat mevrouw en haar zoontje de volgende dag zullen worden uitgezet naar Duitsland, en haar partner een week later naar Italië. Omdat zij officieel nog getrouwd is met een andere man, en hij zijn kind daarom niet wettelijk heeft kunnen erkennen, staat dit gezin nu op het punt om uit elkaar gehaald te worden.

Het stel blijkt een advocaat en een contactpersoon bij VluchtelingenWerk te hebben die hen bijstaan. Ze hebben een map met papieren meegenomen. We lezen een brief van team mensenhandel van de politie, waarin staat dat er niet eerder dan over twee weken een aangifte-gesprek gepland kan worden. Ruim na de uitzetdatum dus…

Voodoo
Deze twee mensen hebben niet eerder durven vertellen over wat hen is overkomen. Uit hun verhaal wordt ons duidelijk dat ze beide mogelijk slachtoffer zijn van seksuele uitbuiting. De man vertelt dat de mensenhandelaren hen hebben bedreigd met voodoo. De vrouw was, en is nog steeds, doodsbang dat haar en haar kind iets zou overkomen als ze sprak over de uitbuiting. Ze slaapt slecht en heeft last van herbelevingen, vaak wordt ze ’s nachts schreeuwend wakker.


Wanneer een (mogelijk) slachtoffer in Nederland aangifte doet van mensenhandel, en daarna via de IND de B8.3 vergunning krijgt uitgereikt, vervalt de Dublin-claim. In Nederland wordt bekeken of er aanwijzingen zijn om tot een strafrechtelijk onderzoek over te gaan. Een uitzetting is dan van de baan. We merken op de helpdesk dat het vaak lang duurt voor er een intakegesprek of een aangiftegesprek met politie gepland kan worden. Dit komt onder andere door grote drukte en capaciteitsproblemen waar de politie mee kampt.


Nu de twee teruggestuurd dreigen te worden naar het land waar ze zijn uitgebuit, zijn ze in paniek en willen, of moeten, ze er wel over praten. Aangezien iedereen het recht heeft om in Nederland aangifte te doen van mensenhandel, ook als de uitbuiting in het buitenland heeft plaatsgevonden, gaan onze alarmbellen rinkelen. Gaat DT&V (Dienst Terugkeer & Vertrek) deze mensen nu uitzetten, terwijl bekend is dat zij mogelijk slachtoffer zijn geworden van mensenhandel? En terwijl politie nog geen tijd had om de aangifte op te nemen?

Bezwaar
Ik bel de advocaat die een bezwaar heeft aangetekend tegen de uitzetting om te vragen of er al nieuws is van de rechtbank. Hij is helaas niet bereikbaar en zijn secretaresse is inhoudelijk niet op de hoogte van de zaak. We spreken ook met VluchtelingenWerk en het AZC, ook zij hebben nog niks gehoord van de advocaat en weten niet hoe nu verder te gaan. Na intern overleg besluiten we de mensen te vragen om terug te gaan naar het AZC. Intussen zullen wij kijken wat we kunnen doen. We beloven hen te bellen wanneer we meer weten.

Omdat we niet verder komen, wordt de casus vanuit de directie van CoMensha opgeschaald naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid, de gang van zaken is niet conform de rechten van de mogelijke slachtoffers en kan zelfs schadelijk voor hen zijn.
Uiteindelijk krijgen we in de avond goed bericht: er is vanuit het Ministerie contact geweest met de IND en vanuit de IND met DT&V. De uitzetting wordt geannuleerd. Ook zal de aangifte worden vervroegd, zodat het stel volgende week al met de politie kan praten. Opluchting heerst. Bij de mogelijke slachtoffers én bij ons.

De volgende dag leggen we wederom contact met VluchtelingenWerk en de zorgcoördinator mensenhandel in de regio van desbetreffende AZC, zodat zij het stel kunnen voorbereiden op het doen van aangifte.


Het lijkt misschien iets dat even snel moet gebeuren, maar het doen van aangifte kan een grote impact hebben op slachtoffers. Alles wat zij hebben meegemaakt en waar ze eigenlijk liever niet meer aan willen denken, zal de revue passeren. Om een onderzoek te kunnen starten, of over te kunnen dragen naar een ander land, heeft de politie immers zoveel mogelijk details nodig. Waar ben je uitgebuit? Hoe lang? Waren er anderen? Hoeveel klanten kreeg je? Werd er betaald? Welke handelingen moest je verrichten? Werd er geweld gebruikt? Hoe zag de mensenhandelaar eruit?


De aangifte wordt inderdaad de week erna opgenomen, en zowel de man als de vrouw krijgt de B8.3 vergunning. Het gezin blijft in ieder geval voorlopig bij elkaar.


Een paar maanden na deze gebeurtenis, is de situatie alweer veranderd. De B8.3 vergunning is bij beide ingetrokken. Er zijn helaas niet voldoende opsporingsindicaties om een onderzoek naar de verdachten te starten. Het stel is naar Ter Apel gegaan om asiel aan te vragen. Deze aanvraag zal nu in behandeling worden genomen, omdat de Dublin-claim vervallen is na de aangifte van mensenhandel. De rechten voor slachtoffers vanuit de B8.3, bijvoorbeeld op specifieke opvang en zorg, zijn samen met de vergunning vervallen. Dit is volgens ons een groot nadeel van het huidige systeem: het recht van een slachtoffer op de juiste hulp is afhankelijk van het verblijfsrecht, dat weer afhankelijk is van het strafrechtelijk onderzoek. Zo krijgt een slachtoffer niet altijd de hulp die hij of zij nodig heeft.


Januari 2019
CoMensha | Mensenhandel in beeld
Erin van de Weijer, consulent aanpak mensenhandel

Meer blogs van Erin of de columns van onze directeur-bestuurder Ina Hut lezen? Klik hier.