menu Steun ons
Rahul
Rahul  Mijn verhaal Doodsbang was ik, want ik was inmiddels illegaal en ik had geen idee van mijn rechten  
Steun de slachtoffers
Nieuws maandag 30 apr 2018

Column: Effectief beleid ontwikkelen alleen bij voldoende zicht op aard en omvang mensenhandel!

Na drie jaar op een rij een aanzienlijke daling van melding van het aantal (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel (van 1.561 in 2014 naar 1.049 in 2016), is er in 2017 een lichte stijging te zien voor wat betreft het aantal meldingen. De grootste stijging zit bij de aanmeldingen via de regio-/zorgcoördinatoren. De opsporingsdiensten gaven als redenen voor de daling van de afgelopen jaren vooral aan: een andere prioritering (namelijk meer gericht op terrorismebestrijding en migratiestromen), ‘de’ reorganisatie, lage aangiftebereidheid van slachtoffers, een te geringe bewustwording. Aangezien wij van mening zijn dat vele slachtoffers van mensenhandel niet gezien worden, is het goed om te constateren dat er een lichte stijging van het aantal meldingen te zien is. Daarbij geven alle opsporingsdiensten aan dat zij de komende jaren meer aandacht voor mensenhandel zullen hebben. Dat geeft hoop!

Zorgen
Toch maak ik mij grote zorgen over de signalering en bewustwording van mensenhandel. En die zorg zit met name bij de veranderende privacy wet- en regelgeving. Met de komst van de Algemene verordening van gegevensbescherming (AVG) per 25 mei a.s. wordt het registreren en monitoren van de aard en omvang van mensenhandel in Nederland ernstig belemmerd. Ook zien wij, en onze ketenpartners, de mogelijkheden tot informatie-uitwisseling tussen ketenpartners (nog) verder afnemen. Is dit in het belang van de slachtoffers van mensenhandel? Nee, dit is niet in het belang van de slachtoffers van mensenhandel!

Uiteraard is het eerste doel om slachtoffers van mensenhandel te beschermen en dat betekent ook dat we hun privacy moeten beschermen. Maar juist door het uitwisselen van informatie tussen de ketenpartners hebben we de afgelopen decennia iets meer zicht kunnen krijgen op aard en omvang van mensenhandel in Nederland. Alleen als we daar goed zicht op hebben en houden, kunnen we effectief beleid ontwikkelen.

Halvering aanmeldingen te verwachten?
De opsporingsdiensten zijn verplicht bij ons te melden – ter registratie -, zodat wij aard en omvang van mensenhandel in Nederland in beeld kunnen brengen. Hier zal geen verandering in komen. Maar als er daarnaast ook opvang en zorg geregeld moet worden, dan dienen ook de opsporingsdiensten een officiële toestemmingsverklaring van het slachtoffer te overhandigen. Vanaf 25 mei a.s. geldt dat als het slachtoffer geen formele toestemming heeft gegeven, wij geen zorg en/of opvang kunnen gaan regelen.

Nog meer zorgen maak ik me over de overige melders, die samen zo’n 60% van de meldingen doorgeven. Hierbij valt te denken aan regio-/zorgcoördinatoren, Jeugdzorg- en Jeugdbeschermingsinstellingen, gemeenten en anderen; zij zijn niet verplicht bij CoMensha te melden. We willen toch met z’n allen dat de meldingsbereidheid toeneemt? Alleen dan kan effectief beleid worden ontwikkeld!
Zo concludeerde Inspectie Gezondheid en Jeugd i.o. onlangs in haar rapport dat het aantal bij CoMensha geregistreerde minderjarige slachtoffers van mensenhandel (‘loverboys’) aanzienlijk lager ligt dan het aantal vermoedelijke minderjarige slachtoffers. Dat betekent dat minderjarige slachtoffers van loverboys nog onvoldoende worden gesignaleerd.

De kans is groot dat de slachtoffers vervolgens ook niet de benodigde gespecialiseerde hulp krijgen. Een zeer verontrustend signaal. Als de ‘overige melders’ vanwege de veranderende wet – en regelgeving minder of niet meer melden, kan dat betekenen dat we mogelijk op een halvering van het aantal meldingen uit komen en we het zicht op aard en omvang van mensenhandel nog verder dreigen te verliezen!

Significant verschil tussen schattingen en meldingen van aantal slachtoffers van mensenhandel
Volgens de International Labour Organization (ILO) en de Walk Free Foundation zijn er wereldwijd 40,3 miljoen mensen slachtoffers van moderne slavernij. Hiervan zijn 24,9 miljoen mensen slachtoffer gedwongen om werk te verrichten: hiervan zijn 4,8 miljoen (19%) mensen slachtoffer van seksuele uitbuiting en 20,1 miljoen (81%) mensen zijn slachtoffer van overige arbeidsuitbuiting. In Nederland variëren de schattingen van 6.250 – 30.000 per jaar.

Het is moeilijk betrouwbare schattingen te geven over de grootte van deze verborgen groep. Daarom houden wij aan dat de schattingen uiteenlopen van 6.250 tot 30.000. Een ding blijft echter onomstotelijk vast staan: in Nederland is er een significant verschil tussen de registratiecijfers en de schattingen. Het is essentieel om goed zicht te hebben op aard en omvang van mensenhandel om te voorkomen dat (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel uit beeld blijven en niet de zorg en hulp krijgen waar ze recht op hebben en mogelijkerwijs ook in een uitbuitingsituatie blijven. Dus meld bij CoMensha! En dan mag een privacywetgeving niet in de weg staan. Slachtoffers vallen hiermee tussen wal en schip. Op de lange termijn schaadt dit de belangen van en zorg aan slachtoffers!

Pleidooi voor wettelijke grondslag
Ik pleit dan ook voor een wettelijke grondslag op basis waarvan ook de (Jeugd)zorg verplicht wordt te melden bij CoMensha. In dit verband verwijs ik ook naar Groot-Brittannië, waar de National Crime Agency (die een wettelijke taak heeft) een stijging laat zien van 35% over het afgelopen jaar en ten opzichte van 2013 zelfs een stijging van 195%! (van 1.745 in 2013 naar 5.145 in 2017).

Alleen met goed zicht op aard en omvang van mensenhandel in Nederland kunnen we effectief beleid ten aanzien van de aanpak van mensenhandel ontwikkelen. Anders is het dweilen met de kraan wijd open. Tijd voor een wettelijke grondslag!



Dit artikel is opgenomen in de nieuwsbrief april 2018