LEO
Maandenlang leefde ik in mijn vrachtwagen
LEO

Veel gestelde vragen

1. Wat is mensenhandel?

2. Wat is het verschil met vrouwenhandel?

3. Wat is dwang?

4. Wat is uitbuiting?

5. Wat zijn de kenmerken van mensenhandel?

6. Wat is het verschil tussen mensenhandel en mensensmokkel?

7. Hoeveel slachtoffers van mensenhandel zijn er?

8. Hoeveel slachtoffers van mensenhandel doen aangifte?

9. Uit welke landen komen de slachtoffers?

10. Wat doet de Nederlandse overheid tegen mensenhandel?

11. Wat is de B8/3?

12. Hoe lang mogen mensen in Nederland blijven nadat zij aangifte van mensenhandel hebben gedaan?

13. Hoe komt het dat vrouwen en mannen slachtoffer worden van mensenhandel?

14. Welke strategieën gebruiken handelaren om slachtoffers aan zich te binden?

15. Welke perspectieven hebben slachtoffers als zij terugkeren naar huis?

16. Wat staat slachtoffers te wachten als ze terugkeren naar huis?

17. Is er gespecialiseerde opvang beschikbaar in Nederland?

18. Wat is een loverboy?

19. Waar kan een slachtoffer van mensenhandel hulp krijgen bij problemen?

20. Wat is een zorgcoördinator?

 

Antwoord 1Wat is mensenhandel?
In Nederland verstaat men onder mensenhandel het werven, vervoeren, overbrengen, opnemen of huisvesten van een persoon, met gebruik van dwang (in brede zin) en met het doel die persoon uit te buiten. De (beoogde) uitbuiting is de kern van mensenhandel. Uitbuiting kan zich in de seksindustrie afspelen, bijvoorbeeld wanneer iemand onvrijwillig voor iemand anders in de prostitutie werkt, maar ook in andere economische sectoren. Het gaat dan om zulke slechte arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, dat hierdoor mensenrechten in het geding zijn.
Ook gedwongen criminaliteit valt onder menenhandel. Tevens strafbaar als mensenhandel is het met dwang werven, vervoeren etc. van een ander met als doel organen uit het lichaam van die ander te verwijderen.

Antwoord 2Wat is het verschil met vrouwenhandel? 
Vrouwenhandel verschilt niet van Mensenhandel. Mensenhandel is de sekse neutrale aanduiding van vrouwenhandel. Ook mannen en jongens kunnen het slachtoffer worden van mensenhandel. De term vrouwenhandel benadrukt het seksespecifieke karakter, en dat is belangrijk om in gedachten te houden. Het zijn immers vooral jonge meisjes en vrouwen die werkzaam zijn in de seksindustrie, als au-pair of huishoudelijke kracht. Maar de groep mannelijke slachtoffers wordt ook in Nederland steeds zichtbaarder.

Antwoord 3Wat is dwang?
De dwang die bij mensenhandel gebruikt wordt, kan de vorm hebben van (dreigen met) fysiek geweld, maar bijvoorbeeld ook van misleiding, misbruik van een kwetsbare positie of misbruik van uit de omstandigheden voortvloeiend overwicht. Wanneer iemand een minderjarige werft, vervoert etc. met het oogmerk van uitbuiting, dan is er sprake van mensenhandel, ook als dat zonder dwang gebeurt. Niet bepalend is of de mensenhandel grensoverschrijdend is of geheel binnen Nederland plaats vindt.

Antwoord 4Wat is uitbuiting?
Onder uitbuiting wordt verstaan mensen, vrijwillig of niet vrijwillig, laten werken en daar van profiteren, door de inkomsten af te nemen en ze onder mensonterende omstandigheden te laten werken. Dit kan gepaard gaan met dwang, geweld, chantage en misleiding. Bij vrouwen die in de prostitutie gedwongen worden speelt geweld vaak een rol.

Antwoord 5Wat zijn de kenmerken van mensenhandel?
Volgens artikel 273f is er sprake van dwang bij: 'dwingen door geweld of dreigen met geweld' of 'een andere feitelijkheid' bijvoorbeeld schuldbinding of het afnemen van reisdocumenten. Ook is er sprake van dwang als er misbruik wordt gemaakt van machtsoverwicht of misleiding' waardoor de ander zich beschikbaar stelt of zal stellen tot het verrichten van arbeid.

Antwoord 6Wat is het verschil tussen mensenhandel en mensensmokkel?
Mensensmokkel is het illegale en grensoverschrijdende transport van mensen met als doel ze de grens over te smokkelen. Mensenhandel is de uitbuiting van personen die zich daartegen niet of nauwelijks kunnen verzetten. Mensensmokkel is altijd grensoverschrijdend, terwijl dit bij mensenhandel niet vereist is. Bij mensensmokkel is in beginsel sprake van een vrijwillige relatie, oftewel een overeenkomst, tussen de smokkelaar en de persoon die het land wil verlaten. Dit neemt niet weg dat zich ook hier ernstige mensenrechtenschendingen kunnen voordoen.

Antwoord 7Hoeveel slachtoffers van mensenhandel zijn er?
Mensenhandel is een ‘verborgen’ misdaad, net als veel andere vormen van geweld, wat betekent dat het moeilijk kan zijn om te ontdekken dat iemand een slachtoffer is.

Mensenhandelaren doen natuurlijk hun uiterste best om de misdaad verborgen te houden. Slachtoffers zelf zitten meestal vast in een web van geweld, dwang, bedreiging en chantage, en ze komen vaak uit een kwetsbare situatie waardoor er lange tijd overheen kan gaan voor zij erkennen dat ze een slachtoffer zijn en ze dat durven te vertellen aan iemand.

Mede om deze redenen, is het precieze aantal slachtoffers van mensenhandel niet bekend. Verschillende organisaties hebben wel schattingen gemaakt. Daarnaast registreren we bij CoMensha (mogelijke) slachtoffers die wél gesignaleerd zijn, en door bijvoorbeeld de opsporingsdiensten of de hulpverlening bij ons worden gemeld. Er is een significant verschil tussen de schattingen en de registratie-cijfers.

Wereldwijde schattingen
Internationaal zijn er schattingen beschikbaar in dit rapport: 2017 Global Estimates of Modern Slavery: Forced Labour and Forced Marriage, een samenwerking van de International Labour Organization (ILO) en the Walk Free Foundation, in partnership met International Organization for Migration (IOM):

  • Volgens dit rapport zijn er op elk gegeven moment een geschatte 40,3 miljoen mensen slachtoffers van moderne slavernij. Hiervan zijn 24,9 miljoen mensen slachtoffer gedwongen om werk te verrichten en 15,4 miljoen mensen gedwongen om te trouwen met iemand.
  • Van de 24,9 miljoen mensen die gedwongen werk doen zijn er 20,1 miljoen (81%) mensen slachtoffer van overige arbeidsuitbuiting en 4,8 miljoen (19%) mensen slachtoffer van seksuele uitbuiting.
  • Slachtoffers van uitbuiting zijn meestal meisjes en vrouwen: 99% van de slachtoffers van seksuele uitbuiting en 58% van de slachtoffers van overige arbeidsuitbuiting.
  • In 17% van de gevallen van gedwongen werk is het slachtoffer een kind; bij seksuele uitbuiting is dit 21%.
  • 23% van het gedwongen werk vindt plaats buiten het landvan herkomst. Bij seksuele uitbuiting is dit 74% en bij arbeidsuitbuiting 14%.
  • In lage-inkomenslanden komt meer dan 99% van de slachtoffers van gedwongen werk uit een lage-inkomensland; in midden-inkomensland komt meer dan 95% uit een midden-inkomensland; en in hoge-inkomenslanden komt 57% uit een hoge-inkomensland, 42% uit een midden-inkomensland en 1% uit een lage-inkomensland.
  • Overige arbeidsuitbuiting vindt meestal plaats in de volgende sectoren: huishoudelijk werk (24%), de bouw (18%), het maken van producten, zoals kleding (15%), landbouw en visserij (11%), horeca (10%), handel (9%), persoonlijke diensten (7%), mijnbouw (4%) en bedelen (1%).
  • Slachtoffers van overige arbeidsuitbuiting blijven gemiddeld 20,5 maanden in een uitbuitingssituatie zitten, voordat ze daaruit kunnen ontsnappen. Bij seksuele uitbuiting is dit 23,4 maanden.


Nederland
Er zijn verschillende schattingen voor het aantal slachtoffers van mensenhandel in Nederland:

  • Volgens een schatting van de International Labour Organization (ILO) over het aantal slachtoffers in de Europese Unie zouden er in Nederland zo'n 30.000 mensen slachtoffer van arbeidsuitbuiting zijn. 
  • In 2016 schatte de Walk Free Foundation dat er jaarlijks 17.500 slachtoffers zijn in Nederland, op basis van enquêtes die ze uitvoeren onder de bevolking in verschillende delen van de wereld.
  • In 2017 schatten de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en de United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) dat er jaarlijks 6.250 slachtoffers zijn in Nederland.


CoMensha houdt de schatting aan van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en de United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC), omdat de meest recente schatting is en methodologisch van goede kwaliteit; het is de enige schatting waarvan de methodologie specifiek op Nederland is gericht (de andere schattingen betreffen extrapolaties van schattingen in andere landen naar de Nederlandse context). Belangrijk om hierbij te vermelden is dat deze schatting, die gebaseerd is op aantallen registraties in verschillende databases, de slachtoffers die nergens (bij geen enkele database) geregistreerd zijn, niet meeneemt. Daardoor is het een onderschatting is van het ware aantal slachtoffers

Registratie bij CoMensha
Bij CoMensha registreren we de (mogelijke) slachtoffers die in contact zijn gekomen met de politie, de Inspectie SZW, de Koninklijke Marechaussee, met hulporganisaties of met andere instanties. Dit gaat om mogelijke slachtoffers; het slachtofferschap is niet altijd officieel vastgesteld. Tussen 2012 en 2016 registreerde CoMensha gemiddeld 1.416 (mogelijke) slachtoffers per jaar (Figuur 1).

Het aantal geschatte slachtoffers ligt veel hoger. Dat betekent dat slechts een klein percentage van alle slachtoffers in Nederland geregistreerd wordt en toont aan hoe belangrijk het is dat we harder tegen mensenhandel vechten.
Van de geregistreerde (mogelijke) slachtoffers in 2016 werd 60% uitgebuit in de seksuele dienstverlening, 20% in de ‘gereguleerde’ arbeid of dienstverlening, 5% in gedwongen criminaliteit, 1% in gedwongen bedelarij en 1% had nog niet gewerkt. Ongeveer 28% had de Nederlandse nationaliteit. Andere landen waar veel slachtoffers vandaan kwamen, waren Roemenië, Polen, Bulgarije, Nigeria, Hongarije, Vietnam, Uganda, Sierra Leone en Guinee. 22% van alle geregistreerde slachtoffers was minderjarig.

Noot: De laatste jaren zijn de registraties van (mogelijke) slachtoffers omlaag gegaan. Dat wil niet zeggen dat het probleem kleiner wordt. Dit zegt wel dat de signalering en/of melding van (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel in Nederland door diverse instanties beter moet.

Figuur 1. Aantal mogelijke slachtoffers van mensenhandel in de periode 1998 t/m 2016, geregistreerd bij CoMensha. Uit: CoMensha jaarverslag 2016.

Figuur_1_mogelijke_slachtoffers_1998-2016

Laatst geüpdatet: 11 juni 2018.

Bronnen:
Global Estimates of Modern Slavery: Forced Labour and Forced Marriage. The International Labour Organization (ILO) and the Walk Free Foundation, in partnership with the International Organization for Migration (IOM). 2017, Geneva.
Verborgen slavernij in Nederland - FairWork. 2012, Amsterdam.
Global Slavery Index 2016. Walk Free Foundation. Country study: Netherlands. (bekeken op 23 februari 2018)
Slachtoffermonitor mensenhandel 2012-2016. Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. 2017, Den Haag.
CoMensha Jaarverslag 2016: Mensenhandel in Nederland: Het beeld van 2016. CoMensha. 2017, Amersfoort. 

Antwoord 8Hoeveel slachtoffers van mensenhandel doen aangifte?
Uit onderzoek in 2011 van CoMensha, FairWork, het kenniscentrum voor emancipatie E-Quality blijkt dat slachtoffers van mensenhandel slechts in de helft van de gevallen aangifte doen. Dit komt omdat veel slachtoffers hiervoor te bang zijn. Door eerdere negatieve ervaringen, in hun land van herkomst, hebben zij niet altijd voldoende vertrouwen in de Nederlandse politie. Ook zijn zij vaak niet in het bezit van een verblijfsvergunning, waardoor ze risico lopen te worden uitgezet. Daarnaast zijn angst voor wraak, gevoelens van schuld en schaamte een belangrijke redenen om geen aangifte te doen.

Uit de registratiegegevens van 2012 blijkt dat het percentage cliënten (26%) dat aangifte heeft gedaan, lager is dan in 2011. Hierbij moet in ogenschouw genomen worden dat er in 2012 veel meldingen (445) door de KMar zijn gedaan waarbij het ging om signalen mensenhandel die gedetecteerd zijn op de luchthavens Schiphol en Eindhoven en aan de landsgrenzen. De meeste slachtoffers die opgevangen worden in de COSM doen wel aangifte.

Antwoord 9Uit welke landen komen de slachtoffers?
In 2016 had ongeveer een kwart (28%) van de bij CoMensha gemelde slachtoffers van mensenhandel, 290 van de 1049, de Nederlandse nationaliteit. Dit is ook in 2016 weer de meest voorkomende nationaliteit. Nederland staat bovenaan de top 5 van landen van herkomst van slachtoffers, gevolgd door Roemenië (118), Polen (70), Bulgarije (69), Nigeria (46), Hongarije (35), Vietnam (27), Uganda (20), Sierra Leone (19) en Guinee (18).

tabel-meest-voorkomende-nationaliteiten

Bron:
CoMensha Jaarverslag 2016: Mensenhandel in Nederland
Laatst geupdatet: 27 februari 2018.

tabel-minderjarige-en-meerderjarige-slo

Antwoord 10Wat doet de Nederlandse overheid tegen mensenhandel?
Het Nederlandse beleid is er op gericht mensenhandelaren strafrechtelijk te vervolgen en slachtoffers te beschermen door hen veilige opvang, medische, sociale en psychologische zorg te bieden en rechtsbijstand te verlenen. Mensenhandel wordt beschouwd als een schending van mensenrechten waartegen moet worden opgetreden.

Binnen de Nederlandse politie eenheden heeft de vreemdelingendienst speciale prostitutie- en mensenhandel teams opgezet. Deze bestaan uit (gecertificeerde) rechercheurs. Het Openbaar Ministerie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), hebben ook speciale contactpersonen voor mensenhandel, waardoor mensenhandel zaken speciale aandacht krijgen.

Antwoord 11Wat is de B8/3?
De term B8/3 verwijst naar hoofdstuk B8/3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (voorheen was dit hoofdstuk B9). In dit hoofdstuk wordt de procedure beschreven voor slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel. Het doel ervan is buitenlandse slachtoffers van mensenhandel in staat te stellen aangifte te doen door de dreiging van onmiddellijke uitzetting weg te nemen. De politie moet slachtoffers van mensenhandel daarom altijd op het recht van aangifte en B8/3 wijzen. Het slachtoffer heeft dan drie maanden bedenktijd om in alle rust te besluiten of hij aangifte wil doen.

Aan het recht op aangifte is het recht op een tijdelijke verblijfsstatus gekoppeld; tijdens en ten behoeve van de strafrechtelijke procedure. Hier valt ook het recht op opvang en (medische) zorg onder; voorzieningen die voortvloeien uit het recht op verblijf met als doel slachtoffers niet alleen juridisch, maar ook feitelijk in staat te stellen in Nederland te verblijven.

De verblijfsregeling houdt in het kort in dat het slachtoffer of de getuige van mensenhandel aangifte kan doen van mensenhandel bij de politie (of als slachtoffer op andere wijze medewerking kan verlenen aan het opsporings- of vervolgingsonderzoek van politie en het Openbaar Ministerie) waarna de IND aan het slachtoffer of de getuige-aangever een tijdelijke verblijfsvergunning verleent voor de duur van het opsporings- en vervolgingsonderzoek. Het betreft een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden.

De verblijfsvergunning wordt verleend op voorwaarde dat er aangifte wordt gedaan van mensenhandel en er een strafrechtelijk onderzoek naar de dader loopt. We spreken in dit stadium dan ook van 'mogelijke' slachtoffers van mensenhandel.

Slachtoffers hoeven niet direct aangifte te doen van mensenhandel. Bij een geringe aanwijzing van mensenhandel dient de politie, de Koninklijke Marechaussee of ISZW (Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid), de bedenktijd (maximaal drie maanden) aan te bieden aan een mogelijk slachtoffer van mensenhandel. Gedurende de bedenktijd krijgt de betrokkene de tijd om bij te komen en om de beslissing om aangifte te doen of op andere wijze medewerking te verlenen aan het onderzoek, zorgvuldig te overdenken.

Gedurende deze bedenktijdfase schort de IND de verwijdering van de illegale vreemdeling uit Nederland op en heeft het mogelijke slachtoffer daardoor rechtmatig verblijf in Nederland. Getuigen van mensenhandel die aangifte doen, kunnen niet eerst gebruik maken van de bedenktijd.
De verblijfsregeling is ook van toepassing op slachtoffers die geen aangifte kunnen of willen doen in verband met serieuze dreiging of medische problematiek.

Klik hier om de regeling te bekijken.

Antwoord 12Hoe lang mogen mensen in Nederland blijven nadat zij aangifte van mensenhandel hebben gedaan?
Besluit het slachtoffer of de getuige-aangever aangifte te doen, dan wordt deze meteen beschouwd als een aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van de B8/3-regeling. De verblijfsvergunning geldt voor de duur van het opsporingsonderzoek en de strafrechtelijke vervolging. De vergunning eindigt als het opsporingsonderzoek of de vervolging is afgerond of wordt geseponeerd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) beslist over verblijfsvergunningen.
Als een slachtoffer of de getuige-aangever aangifte doet en daarnaast aangeeft uit Nederland te willen vertrekken, meldt de politie dit aan de contactpersoon mensenhandel van de IND. Er worden dan afspraken gemaakt met het Openbaar Ministerie (OM) over de wijze waarop het slachtoffer beschikbaar blijft voor justitie. Als het slachtoffer of de getuige-aangever tijdens of na de bedenktijdfase besluit geen aangifte te doen, vervalt de tijdelijke verblijfsvergunning.

Het slachtoffer dient Nederland in dat geval zelfstandig te verlaten.Wanneer het OM besluit de verdachte(n) niet of niet verder te vervolgen, dan kunnen slachtoffers en getuige-aangevers schriftelijk beklag indienen bij het gerechtshof. De beslissing op het beklag mag, sinds juli 2012, niet meer in Nederland worden afgewacht. Slachtoffers of getuige-aangevers die in dit geval langer in Nederland willen wonen, kunnen een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk aanvragen bij de IND. Als er een verdachte veroordeeld wordt, kan het slachtoffer aanspraak maken op een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (een vergunning 'niet-tijdelijke humanitaire gronden''). Ook indien het slachtoffer langer dan drie jaar een B8/3-vergunning heeft, kan hij aanspraak maken op een verblijfsvergunning niet-tijdelijke humanitaire gronden' slachtoffers bij wie het politieonderzoek niets heeft opgeleverd kunnen ook een aanvraag niet-tijdelijke humanitaire gronden indienen. Zij moeten dan aantonen dat zij gevaar lopen in het land van herkomst (risico op vergelding), dat er andere belemmeringen of gevaren zijn in het terugkeren naar hun land, of dat er juist klemmende redenen zijn waarom iemand in Nederland moet blijven (denk aan gezondheid, humanitaire redenen, volledige inburgering). Veel slachtoffers van mensenhandel moeten echter na het verlopen van hun verblijfsvergunning terug naar hun eigen land.

Antwoord 13Hoe komt het dat vrouwen en mannen slachtoffer worden van mensenhandel?
Armoede, onderdrukking, werkloosheid en geen toegang tot hulpmiddelen vormen de voedingsbodem voor mensenhandel. Grote groepen mensen verkeren wereldwijd in slechte sociaal economische omstandigheden en trekken naar welvarende streken in de hoop op een beter leven. Mensen die vanuit die positie migreren zijn kwetsbaar voor mensenhandel. Ze hebben vaak niet genoeg kennis en onvoldoende mogelijkheden om succesvol een bestaan in een ander land op te bouwen.
Handelaren maken daar gebruik van door hen langs legale of illegale wegen binnen te smokkelen en aan werk te helpen. Voor deze bemiddeling worden dan vaak exorbitant hoge kosten in rekening gebracht die moeten worden afgelost. Daarvoor moeten ze onevenredig hard werken, onder erbarmelijke omstandigheden, vergelijkbaar met slavernij. Handelaren misleiden hun slachtoffers over de aard van het werk en de werkomstandigheden en buiten hen uit. Om hen in die situatie te houden wordt vaak dwang en geweld gebruikt.

Door de ongelijke positie tussen vrouwen en mannen in de meeste landen, zijn vrouwen extra kwetsbaar voor uitbuiting. Zij komen vaak terecht in de seksindustrie. Sommige vrouwen weten wel dat ze in de prostitutie komen te werken, anderen niet. Geen enkele vrouw beseft precies in welke omstandigheden ze terecht zal komen. Voor de wet doet dat er ook niet toe. Prostitutie op zichzelf is niet strafbaar, de exploitatie van mensen in de prostitutie onder uitbuitingsomstandigheden is dat wel.

Antwoord 14Welke strategieën gebruiken handelaren om slachtoffers aan zich te binden?
Basisstrategieën die worden gebruikt om mensen te kunnen uitbuiten zijn: misleiding over de aard en omstandigheden van het aangeboden werk, schuldbinding, geweld, uitbuiting en bedreigingen zijn. Meestal worden deze dwangstrategieën in combinatie met elkaar ingezet.

In veel gevallen zijn handelaren een bekende van hun slachtoffers en afkomstig uit dezelfde streek. Zij winnen het vertrouwen van de slachtoffers en hun directe omgeving. Bij vrouwen komt het vaak voor dat de ronselaar een emotionele binding tot stand brengt. Bijvoorbeeld doordat ze daadwerkelijk te hulp schieten bij het oplossen van acute problemen in familiesfeer en op het werk of door een liefdesrelatie met de vrouwen aan te gaan. Dit wordt ook wel het 'grooming' proces of 'ronselen' genoemd.

Handelaren bieden hun slachtoffers een uitweg en mogelijkheden op een beter of avontuurlijker leven. Door te bemiddelen voor werk en studie of door een gezamenlijke buitenlandse reis, een huwelijk of een huis (eigen plek) in het vooruitzicht te stellen. Meestal moeten mensen hiervoor schulden maken bij de handelaar of in hun eigen sociale omgeving. Het spreekt voor zich dat deze schulden oplopen tot astronomische bedragen die niet meer af te lossen zijn.

Vaak worden identiteitspapieren en reisdocumenten afgenomen, soms op subtiele wijze, onder het mom van veilig opbergen in het eigen belang van het slachtoffer of omdat deze nodig zijn voor het regelen van de reis. Zo worden de slachtoffers letterlijk weggehaald uit hun eigen omgeving en in een isolement gebracht.

Over de strategieën ten aanzien van uitbuiting in de prostitutie weten we meer:

Het gebeurt vaak dat vooral vrouwen, onder omstandigheden van bruut geweld naar het buitenland worden gebracht en te werk worden gesteld of worden doorverkocht. Ook komt het voor dat vrouwen weliswaar expliciet voor werk in de prostitutie worden geronseld, maar ze volstrekt worden misleid over verdiensten, werkomstandigheden en/of arbeidsverhoudingen.

Vrouwen worden emotioneel gechanteerd bedreigd of geïntimideerd om hen in de situatie van gedwongen prostitutie te houden. Bijvoorbeeld door de angst van vrouwen voor de politie, gebaseerd op ervaringen met de politie in eigen land, aan te wakkeren. Dat gebeurt ook met de angst van vrouwen voor de reactie van hun familie als zij te weten komen dat ze in de prostitutie werken. Dat dit onder gedwongen omstandigheden gebeurd doet er vaak niet, vrouwen vrezen het stigma 'hoer' en als gevolg daarvan, sociale uitstoting.

De beleving en beeldvorming van vrouwen wordt zo beïnvloed dat het lijkt alsof het haar eigen keuze is om in de prostitutie te (blijven) werken en de verdiensten af te staan aan de handelaar. Handelaren wisselen van rol met het slachtoffer en maken haar tot hun 'redder'. Bijvoorbeeld door voor te wenden dat zij grote financiële problemen hebben die zij niet zelf kunnen oplossen. Of door onderling de rollen van 'beul' en 'beschermer' te verdelen waardoor vrouwen zich uit angst en behoefte aan bescherming aan hun belagers gaan binden.

Om te voorkomen dat vrouwen hulp zoeken bij elkaar of bij de buitenwereld, worden vrouwen tegen elkaar uitgespeeld. In ruil voor privileges wordt bijvoorbeeld de ene vrouw ingezet om de andere te controleren. Er worden vrouwen leugens over elkaar verteld en zij worden eerst tot geliefde van de baas uitverkoren om vervolgens te worden afgedankt en ingeruild voor een volgende.

Op deze manier wordt om de vrouwen een web van onveiligheid gesponnen waarin zij volkomen afhankelijk zijn van de handelaar en niemand kunnen vertrouwen. Ontsnappen is vrijwel onmogelijk. Het enige dat vrouwen vaak rest is te proberen op een zo goed mogelijk voet te staan met degenen die hen controleren en aan de eisen te voldoen, om op die manier aan het (ergste) geweld te ontkomen. Slechts een enkele keer kunnen vrouwen zich op eigen kracht uit deze situatie bevrijden. Soms kunnen ze weg met een klant met wie ze, ondanks alle gevaren, een vertrouwensband hebben opgebouwd en die hen willen helpen. In de meeste gevallen worden vrouwen bij controles door de politie meegenomen naar het politiebureau voor verhoor en wordt hulp ingeschakeld of worden zij uitgezet.

Antwoord 15Welke perspectieven hebben slachtoffers als zij terugkeren naar huis?
Het perspectief op hun eigen bestaan, ook al is dat verstoord. Het is een misverstand om te denken dat mensen naar 'niets' terugkeren. Slachoffers hebben een toekomst in hun eigen land, ze zijn er tenslotte opgegroeid, hebben er familiebanden en een bestaan. Over het algemeen hechten zij daar veel waarde aan en willen daar naar terugkeren.

De keuze om zich (tijdelijk) in een ander land te vestigen is vaak geen vrijwillige keuze maar een noodzakelijk gevolg van de mensenhandelervaringen. Uit veiligheidsoverwegingen worden de banden met 'thuis' verbroken en wordt hier in het bestemmingsland, een nieuw leven gestart. Daar is veel draagkracht voor nodig. Heel vaak halen mensen in een later stadium, als het grootste gevaar is geweken, alsnog de banden met het voormalige 'thuis' aan.

Een gezond en menswaardig bestaan opbouwen na een mensenhandel ervaring is dus niet eenvoudig. Hier niet en thuis niet.

Antwoord 16Wat staat slachtoffers te wachten als ze terugkeren naar huis?
Slachtoffers van mensenhandel zien zich gesteld voor een enorme maatschappelijk en sociale opgave namelijk re-integreren terwijl de dreiging die uitgaat van hun belagers vaak juist op het thuisfront groot is.

Door de traumatische ervaringen in Nederland zijn zij 'vervreemd' van hun sociale omgeving waardoor zij gemakkelijk in een isolement geraken. Juist die positie maakt hen (opnieuw) kwetsbaar.

Het aangaan van en het (her)opbouwen van de contacten in de sociale gemeenschap is één van de belangrijkste aspecten in het proces van (re)integratie en herstel. Juist deze banden met familie en vrienden dragen in hoge mate bij om te voorkomen dat iemand opnieuw slachtoffer wordt van mensenhandel. Tegelijkertijd is de (eerste) confrontatie met dit sociale systeem vaak het moeilijkst.

Thuis wacht vaak een hele familie, nietsvermoedend, op terugkeer. Zij rekenen op financiële steun terwijl zij terug zullen keren zonder ook maar iets. Het niet kunnen voldoen aan deze verwachting kan enorm drukken op cliënten. De schuld en schaamtegevoelens die zij ervaren zijn vaak overweldigend. Bovendien zijn de meeste slachtoffers er zelf nog nauwelijks aan toegekomen te bevatten wat hen is overkomen en moet een verwerkingsproces nog op gang komen. Goede begeleiding in dit proces van re-integratie en herstel is dus onontbeerlijk. Een belangrijk onderdeel hiervan is het bespreekbaar maken van terugkeermogelijkheden.

Antwoord 17Is er gespecialiseerde opvang beschikbaar in Nederland?
In Nederland worden slachtoffers van mensenhandel opgevangen in de Categorale Opvang voor Slachtoffers Mensenhandel (COSM) maar ook in de reguliere maatschappelijke opvang en vrouwenopvang. Enkele opvanghuizen hebben zich gespecialiseerd in de opvang van slachtoffers van mensenhandel.

In de B8/3 regeling is vastgelegd dat CoMensha de opvang regelt voor meerderjarige (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel die rechtmatig in Nederland verblijven. In 2016 heeft CoMensha voor 170 cliënten opvang gezocht. CoMensha zoekt opvang, maar beschikt zelf niet over opvang. Wij bemiddelen namens die cliënt.

Niet-Nederlandse meerderjarige slachtoffers die in de bedenktijd zitten worden door CoMensha geplaatst in de COSM. Er zijn in totaal vijftig plekken in Nederland beschikbaar verdeeld over drie locaties en instellingen.

Meerderjarige slachtoffers met de Nederlandse nationaliteit of slachtoffers die al aangifte hebben gedaan, worden opgevangen in de vrouwen- of maatschappelijke opvang. CoMensha bemiddelt voor deze groep.

CoMensha heeft in 2016 101 cliënten geplaatst in de COSM, voor 26 cliënten is een plek gevonden in de vrouwen- of maatschappelijke opvang en voor 29 cliënten in de ‘grote groepen’ opvang.

Bron:
CoMensha Jaarverslag 2016: Mensenhandel in Nederland.
Laatst geupdatet: 27 februari 2018.

Antwoord 18Wat is een loverboy?
Met de term 'loverboy' wordt meestal gedoeld op de werkwijze van een veelal jonge mensenhandelaar die met verleidingstechnieken kwetsbare jonge meisjes of jongens zodanig aan zich bindt dat hij ze in de prostitutie voor hem aan het werk kan zetten. De manieren waarop dit gebeurt zijn dwang, (dreiging met) geweld of een andere feitelijkheid, afpersing, fraude, misleiding, misbruik van uit feitelijke omstandigheden voorvloeiend overwicht of misbruik van een kwetsbare positie van deze vrouwen of mannen. Loverboys zijn mensenhandelaren die vrouwen en/of mannen doelbewust emotioneel afhankelijk maken door (de belofte van) het aangaan van een liefdesrelatie en hen vervolgens uit te buiten, veelal in de prostitutie.

CoMensha heeft in 2012 278 (mogelijke) slachtoffers van loverboytechnieken geregistreerd. Over het algemeen verloopt de melding van slachtoffers van loverboytechnieken aan CoMensha slecht. Niet alle instanties die met (mogelijke) slachtoffers van loverboytechnieken in aanraking komen melden bij CoMensha. CoMensha is dan ook groot voorstander van uitbreiding naar de meldplicht naar alle instanties die in aanraking komen met (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel inclusief (mogelijke) slachtoffers van loverboytechnieken.

Antwoord 19Waar kan een slachtoffer van mensenhandel hulp krijgen bij problemen?
In Nederland zijn er veel instellingen die mensen kunnen helpen bij praktische of psychologische problemen. Slachtoffers van mensenhandel zoeken meestal contact met een maatschappelijk werker om hulp te krijgen bij allerlei problemen die zij tegenkomen. Soms werken deze mensen bij de opvang waar een slachtoffer verblijft. Er zijn in de buurt vaak ook andere plekken waar je als slachtoffer terecht kunt. Vraag aan de zorg/regiocoördinator wat er mogelijk is bij jou in de buurt.

Antwoord 20Wat is een zorgcoördinator?
De zorgcoördinator mensenhandel is een speciale coördinator in een regio voor slachtoffers van mensenhandel. Hij of zij kan jou doorverwijzen naar instellingen die je kunnen helpen met problemen of zorgen.

De functie is gericht op:

  • De gehele regio en niet een individuele (opvang)instelling;
  • De coördinatie van de samenwerking tussen alle partners en niet enkel zorgverleners;
  • De vertegenwoordiging van en terugkoppeling vanuit de regio's naar CoMensha.

Figuur_1_mogelijke_slachtoffers_1998-2016