LEO
Maandenlang leefde ik in mijn vrachtwagen
LEO

Het verbeteren van signalering en inzicht in de aard en omvang van mensenhandel-/loverboyproblematiek in de jeugdhulpverlening

Naar aanleiding van het rapport van de Commissie Azough ‘Hun verleden is niet hun toekomst’ uit 2014 en de daarop volgende commissies die zorg gedragen hebben voor de uitrol van de aanbevelingen in dit rapport, is er een aantal handreikingen ontwikkeld voor professionals in de zorg voor jeugd over het signaleren en registreren van mensenhandel problematiek. 

Met deze handreikingen zijn waardevolle randvoorwaarden en bouwstenen voor de signalering en registratie van mensenhandel in de jeugdhulp en jeugdbescherming gerealiseerd. Desondanks worden bij CoMensha nog zeer weinig jeugdige slachtoffers van mensenhandel geregistreerd die door jeugdhulporganisaties zijn gemeld. Omdat registratie bij CoMensha op dit moment de enige manier is om inzicht te krijgen in de aard en omvang van deze problematiek in de jeugdhulp, is dit inzicht dientengevolge zeer beperkt.

Uit het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGZ) blijkt dat dit enerzijds komt doordat slachtoffers van mensenhandel nog onvoldoende worden gesignaleerd en doorverwezen.
Anderzijds vernemen wij uit de praktijk dat dit ook komt dat een melding kan pas gerealiseerd kan worden als jeugdhulpmedewerkers hiervoor toestemming verkrijgen van het (vermoedelijke) slachtoffer (en/of ouders). Deze toestemming wordt vaak niet verkregen.
Daarnaast is het melden en registreren bij CoMensha is voor de jeugdhulpprofessionals tijdrovend.

Met dit project willen we daarom het volgende bereiken:

  • De (vroeg)signalering van mensenhandel in de jeugdhulpverlening te verbeteren, en
  • Inzicht in de aard en omvang van mensenhandel-problematiek onder cliënten die gebruik maken van jeugdhulpverlening te verbeteren.

Plaatje - Project jeugdhulpverlening logo

Samen tegen mensenhandel
Dit project doen wij niet alleen. We werken hierin samen met Jeugdzorg Nederland, het Nederlands Jeugdinstituut en het Landelijk Kenniscentrum LVB.